Natuurmonument De Beer

Er staat in het bericht niet wie de beide heren heeft geverbaliseerd, maar het is heel goed mogelijk dat dat Willem Pols is geweest. Pols was namelijk erg fel op stropers. Het was wel een beetje zuur voor de mannen, want konijnen waren er in die tijd in overvloed op De Beer. Zo veel dat er door aangrenzende boeren veel werg geklaagd over de schade die ze van de konijnen ondervonden. En zo veel dat er op uitgebreide schaal op konijnen werd gejaagd, niet alleen door de opzichters Pols en Korfmaker, maar ook bijvoorbeeld ook door leden van het jachtgezelschap Scheurpolder. De Koninklijke Jacht alleen al was goed voor enkele duizenden konijnen per jaar. In de loop van de jaren vijftig zou het konijnenprobleem zich vanzelf oplossen, want in 1953 stak myxomatose op De Beer de kop op. De konijnenstand werd daardoor gedecimeerd.

Krantenartikeltje

 

 

Laatste wijziging

15 oktober 2018. Oorspronkelijk 31 mei 2015.

Elders

Zie de krantendatabase van de Koninklijke Bibliotheek:
Delpher.

 

Later sloeg de myxomatose toe en bleef vn de konijnenstand vrijwel niets over. Zie bijvoorbeeld bij Delpher Het Vrije Volk van 4 oktober 1954, pagina 9, de rubriek 'Stukgoed' en Het Vrije Volk van 9 juni 1955, pagina 7, het artikel met de titel 'DE BEER verandert door aanslibbing en myxomatose'.

Terzijde

Korfmaker en Dobbelsteen

Opzichter Wabe Korfmaker (rechts) met de lokale poelier Dobbelsteen en een verzameling geschoten konijnen. Het geschoten wild ging meestal naar Dobbelsteen, die zelf ook regelmatig mee deed aan de jacht.