Leven met MPN

7. De zaalarts

De zaalarts draagt een toegangspas; vastgemaakt aan de linkerzak van haar witte jas. Ik probeer te lezen welke naam erop staat. Het lukt me niet; de letters zijn te klein. Wel kan ik zien dat op de pas 'Tijdelijke pas' staat. Intussen praat de zaalarts gewoon door. Ik hoor het maar half, afgeleid als ik ben door de tekst 'Tijdelijke pas'. Is ze dan niet in dienst van het ziekenhuis? Wat is een zaalarts eigenlijk? 'Ik ben blij te horen dat het beter met u gaat', hoor ik van ver. 'Het kalium is ook weer in orde'. Voor het eerst krijg ik een aanwijzing waarom er elke ochtend bij mij bloed wordt afgenomen. Ze legt nu uit dat door het veel overgeven in de eerste dagen en doordat ik nauwelijks heb gegeten het kaliumgehalte in het bloed sterk omlaag is gegaan. Zoiets had ik al vermoed, omdat ik op maandag, de derde dag van mijn opname in het ziekenhuis, twee grote pillen 'Slow-K' kreeg. Hierbij werd door de verpleging alleen verteld dat de pillen waren bedoeld om mijn kaliumgehalte weer op peil te brengen.

De dokter die nu aan mijn bed stond, praatte vriendelijk door. Het was een kleine vrouw, ergens achter in de twintig, schatte ik zo. Al bij het eerste bezoek van de specialist en zijn gevolg was zij erbij geweest. Uit de wijze waarop men met elkaar omging, had ik opgemaakt dat er een duidelijk verschil tussen de specialist en de zaalarts was. Later begreep ik dat de zaalarts een specialist in opleiding is. In de loop van de dagen werd ook duidelijk dat er elke dag overleg was in het 'team' en dat de dagelijkse begeleiding van de patiënten veelal aan de zaalarts werd overgelaten. Het was bijvoorbeeld ook de zaalarts die mij kwam vertellen dat uit de MRI-scan was gebleken dat ik een herseninfarct had gehad.

De zaalarts was in het algemeen prettig in de omgang en legde de zaken op een begrijpelijke wijze uit. Ze wekte ook de indruk ruim in de tijd te zitten en ging serieus en geduldig op vragen in. Alleen het slechtnieuwsgesprek zou wel een verbeterpunt kunnen zijn. Ook informatie over het behandelprotocol zou wel wat beter gecommuniceerd kunnen worden. Toen ik op zaterdag 4 juni het ziekenhuis binnenkwam, was ik bekend met hoge bloeddruk. [Ik gebruik met opzet de uitdrukking 'was bekend met', omdat dat een favoriete uitdrukking van artsen is] Hoge bloeddruk betekende voor mij het gebruik van twee medicijnen: lisinopril en hydrochloortiazide. Nu waren daar in het ziekenhuis er tijdelijk twee bijgekomen: Zofran tegen de misselijkheid en Slow-K om het kalium aan te vullen. Bovendien had ik een keer een pijnstiller tegen de hoofdpijn gekregen: eerst paracetamol en later diclofenac.

Het gevolg bleek dat ik vervolgens al deze middelen in mijn medicijnenpakket kreeg aangeboden, elke dag. Maar dat was niet de bedoeling. De diclofenac was alleen voor de hoofdpijn geweest. En de Slow-K was na de mededeling van de zaalarts niet meer nodig. En Zofran was tegen de misselijkheid, maar die was verdwenen. Toch bleef de verpleging mij die pillen steeds maar weer aanbieden. Iedere keer moest ik dan weer uitleggen dat dat niet meer nodig was. De situatie werd nog ingewikkelder toen mijn medicijnenpakket werd aangevuld met de nieuwe middelen: dipyridamol, ascal en simvastatine. Dit gebeurde op instigatie van de zaalarts, maar blijkbaar was de communicatie niet optimaal zoals blijkt uit de kwestie met het Slow-K. Na drie dagen was het gelukt om de kaliumpillen van het menu afgevoerd te krijgen, maar toen was ook opeens hydrochloortiazide geschrapt. En dat terwijl de zaalarts mij had verteld dat de dosering van dit medicijn zou worden verdubbeld. Het kostte me weer een uur om de verpleging zover te krijgen dat ze over deze vergissing met de zaalarts zouden overleggen.

Ik heb verder maar niet nagedacht over wat er misschien met de medicatie was gebeurd toen ik nog niet zo alert was. Het enige wat me in die eerste dagen is opgevallen, is het incident met het te late infuus met Zofran, waardoor ik onnodig weer enige uren kotsmisselijk in bed lag. Het is toch verwarrend om te moeten vaststelen dat in een professionele omgeving je zo op je eigen zaak moet letten. Waar is toch die intrinsieke kwaliteit gebleven, zo vroeg ik me maar weer eens retorisch af. Ja, ook met zaalarts had ik me blijkbaar in een parallel universum bevonden.

Volgeladen met medicijnen

Om 8 uur 's morgens, onmiddellijk na het onbijt, kwam de medicijnkar langs.

Pillen, pillen, ...

Als in een snoepwinkel. de ene pil is nog fraaier gekleurd dan de andere.

[juli 2011]

MF-logo