Leven met MPN

6. De vrijwilliger

'Ik ben de oudste', zei de vrouw. Zij duwde mij voortvarend voort in de rolstoel; we waren op weg naar de CT-scan. 'Mag ik vragen hoe oud u bent?', vroeg ik zonder dat ik haar kon aanijken. Ik voelde enige gene. Hier zat een man van 62, wel een geval natuurlijk, maar die man werd rondgereden door iemand die duidelijk ouder was dan ik. 'Ik ben 84!', zie ze met ferme stem. '84?', reageerde ik verbaasd. 'En hoe lang doet u dit al? 'Al meer dan twintig jaar' Dit bleek een opstapje naar een verhaal van groter omvang. Het ziekenhuis is groot, de gangen lang en de afdeling met de CT-scanners bleek erg ver weg. 'We zijn hier met 160 vrijwilligers; wij werken bij de vervoersdienst. We mogen niet meer dan een halve dag per dag werken. Er is een man die nauwkeurig bijhoudt hoeveel ritjes hij heeft gemaakt. Dat is ongeveer 24.000.'

Wat was dit allemaal? Het transport van patiënten die zichzelf niet konden voortbewegen, gebeurt door een vervoersdienst, alsof het om pakketjes gaat. Het woord 'ritje' past daar ook goed bij. De oudeë vrouw praatte lustig voort. We waren op de begane grond aangekomen waar de drukte die van een winkelcentrum evenaarde. Om en langs ons heen veel mensen, sommigen gehaast, anderen - zo aan hun kleding te zien - duidelijk patiënten. We passeerden diverse poliklinieken, waar veel wachtenden met een doffe blik voor zich uitkeken. 'We zijn er bijna', zei de vrouw opgewekt. Voor een loket stond een lange rij. Twee loketten waren niet in gebruik. Geroutineerd zette de vrouw de rolstoel op de rem. 'Ik zal u even aanmelden'.

De vrouw liep alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, meteen langs de rij naar voren, naar het loket en zei, zonder enige inleiding: 'Hier is meneer Buijsman'. De handelingen met de persoon die voorin in de rij stond, werden onmiddellijk beëindigd. 'Hij heeft een afspraak om kwart voor een'. Er volgde getik op een toetsenbord, nog meer getik en nog meer getik. De dame achter het loket antwoordde: 'Ja, ik heb het gevonden, maar u bent een week te vroeg.' Er ontspon zich een onduidelijke discussie tussen mijn oude dam en de dame achter het loket. Ook anderen werden erbij gehaald. De rij was al weer langer geworden. Het leek een eeuwigheid te duren. En hoewel ik niets te maken had met de verwarring in de bureaucratie, voelde ik me toch schuldig. Na geruime tijd kwam het verlossende woord: 'U kunt verder'.

De oude vrouw reed mij verder en parkeerde mij in de gang vlak bij een wachtkamer. 'Ik laat u nu alleen, u bent zo aan de beurt. Als het achter de rug is, bellen ze en komt iemand u weer ophalen'. Ik bevond mij alleen gelaten in een rolsotoel in een verder lege gang. Een wonderlijk systeem: blijkbaar zou straks iemand weten dat ik een scan moest ondergaan. Al vaker had ik in dit ziekenhuis in een wachtkamer gezeten. Het was me nog nooit overkomen dat ik op de afgesproken tijd mijn gesprek of behandeling had gehad. Ik begon nu te vermoeden waarom dit zo was geweest. De dag voor mijn CT-scan was ik ook al met voorrang behandeld bij een ander onderzoek en de dag daarvoor was mijn MRI-scan 'even tussendoor' gepland.

Eenzaam zat ik in de gang. Uit kamers waarvan doel of functie mij onbekend waren, liepen anonieme personen in en uit. Niemand bekommerde zich om mij. Een oude man in een badjas in een rolstoel in een verder lege gang baart hier blijkbaar weinig opzien. Maar voorrang of niet, ik was uiteindelijk pas om kwart over een aan de beurt. Dat wel. De scan was snel achter de rug. Na afloop vroeg ik aan de man die de machtige CT-scanner bediende, wat nu precies de contrastvloeistof was die bij mij was ingespoten. De man was duidelijk verrast. Ik kreeg de indruk dat dit nog nooit eerder was gevraagd. Hij begon het etiket op het infuus met contrastvloeistof te bestuderen en las vervolgens op wat hij op het etiket had gevonden. Dat ging hem moeilijk af; zijn chemische kennis liet duidelijk te wensen over. Een afdoende antwoord kreeg ik dan ook niet. Ik verbaasde me over het gebrek aan intrinsieke kwaliteit. De man parkeerde mij op de gang: 'U wordt zo weer opgehaald'. Dezelfde vrouw die mij had gebracht, kwam er aan. Ook op de terugweg praatte zij honderduit. Ik hoorde het maar half en dacht na over de 160 vrijwilligers. Ik vergat haar te vragen waarom ze ertoe was gekomen om zich hier als vrijwilliger aan te melden.

Ct scanner

CT-scanner. De stralingsbelasting door een scan, in mijn geval van het hoofd, is 2 milliSievert. Ik heb twee van dergelijke scans gehad. Samen zijn ze goed voor anderhalf jaar gemiddelde stralinsgebelasting.
Bron: Compendium voor de Leefomgeving en NetRad.

[juli 2011]

MF-logo