Leven met MPN

3. De coassistent

'Meneer Buijsman? Meneer Buijsman?'. Ik lig te doezelen; ver weg klinkt een stem. 'Meneer Buijsman?'. Traag open ik mijn ogen. Bij mijn bed staat een jong meisje in een witte jas. 'Yasmin', zegt ze bedeesd. Ik herken haar als een van de mensen in het gevolg van de specialist en de zaalarts. Ze steekt een hand uit om te groeten. Het is een slank meisje, met een fijn gezicht en wat borstelige wenkbrauwen, mooi haar; ze lijkt van buitenlandse afkomst. 'Ik zou u graag nog wat vragen stellen. Mag dat?' Het is inmiddels mijn derde dag in het ziekenhuis. Elke dag heb ik me beter gevoeld dan de voorgaande dag. De afgelopen dagen ben ik alle nieuwe omstandigheden open tegemoet getreden. Mijn goede gevoel overheerst, ondanks de ziekte en de onzekerheid. 'Ik zou u graag nog wat vragen stellen', had ze gevraagd. 'Ja, hoor', zeg ik. Welwillend antwoord ik op dezelfde vragen die ik in de voorgaande dagen al verschillende malen eerder heb beantwoord. Ook wil ze nog wat lichamelijk onderzoek en eenvoudige testjes doen. 'Voelt u dit?' 'Aan beide kanten evenveel?' 'Kunt u het lampje volgen?' 'Wilt u even in de verte kijken?' Langzaam dringt het tot me door dat ze bezig is met een anamnese. Natuurlijk! Ze is coassistent, ze moet haar bevindingen straks samenvatten en op schrift stellen. Ik begrijp het: ik bevind me in een onderwijsleersituatie, ik ben leerobject.

's Morgens was de specialist aan mijn bed verschenen. Hij had me wat vragen gesteld en overlegd met de zaalarts. In zijn gevolg liepen vier duidelijk jongere, ja wat? Ze droegen allen een witte jas. Ze bewaarden een plechtig stilzijgen, stelden geen vragen. Dat waren dus waarschijnlijk coassistenten. De volgende dagen zou de specialist mij nog een aantal malen bezoeken. Met gevolg; soms twee, soms drie coassistenten. Yasmin was er maar een keer bij. Toen het gevolg zich naar een volgend bed begaf, keek Yasmin nog even snel naar mij en zei ze vriendelijk goedendag.

Later las ik een boekje van het ziekenhuis dat het Sint Antoniusziekenhuis een opleidingsziekenhuis is. Niemand had me daar iets over gezegd. Ook niet over de rol en de positie van de coassistent. Andere patiënten bleken van dit soort verwarring geen last te hebben. Zij zagen elk persoon in een witte jas voor 'dokter' aan en behandelden en ondervroegen deze dan ook als zodanig. Wat dan alsnog tot verwarring leidde, omdat een coassistent nu eenmaal minder weet en vooral minder mag dan de echte dokter. Nee, communicatie is niet een van de sterkste kanten van het medisch bedrijf.

Hersenen

De hersenen met in rood aangegeven de kleine hersenen.

[juli 2011]

 

MF-logo