Leven met MPN

1. Winkelhuis

Wie lang niet in een ziekenhuis is geweest, zal zich in het begin afvragen af hij wel op het juiste adres is. Wie met de auto gaat, zal al licht in verwarring raken. De bewegwijzerde route leidt naar een gigantische parkeergarage die in een grote stad niet zou misstaan. Het ziekenhuis blijkt het parkeren te hebben uitbesteed aan een commercieel parkeergaragebedrijf. Vroeger was er bij het ziekenhuis een grote gratis parkeerplaats; nu mag de ziekenhuisbezoeker een commercieel tarief betalen.

De bezoeker gaat vervolgens op weg naar het ziekenhuis. De route loopt via een soort winkelstraat die in menige binnenstad niet zou misstaan. Vroeger was het een geluk als er in het ziekenhuis een winkeltje was waar kleine bosjes bloemen tegen te hoge prijzen werden aangeboden. Een krant was er te krijgen, misschien wat ander leesvoer en een rolletje drop. Maar dan tegenwoordig: een kledingzaak, een kapper en een eetgelegenheid bieden zich hier aan. En ja, er is ook een zaak met leeswaren, versnaperingen, bloemen en vooral veel van alles. Zo te zien komen ook veel patiënten in deze winkelstraat: mensen met verbandsels of mobiele infusen, mensen in kamerjas en rolstoel. Dat men zich hier in ziekenhuis zou bevinden, wordt naar de achtergrond verdrongen.

En dan is er nog de ziekenhuisapotheek. De argeloze toeschouwer zal eerder aan een parfumerie denken. Fraaie verlichting, lieftallige dames en brede toonbanken. Hier wordt gezondheid verkocht. Een mooi optimisme straalt ons vanuit dit alles tegemoet: als klant zijn we hier in goede handen. Want dit alles wekt de indruk dat de patiënt een klant is. Men kan zich afvragen of het ziekenhuis zich wel realiseert dat de patiënt, zou hij klant zijn, dan ook rechten wil hebben. Recht op genezing en gezondheid? Maar zo werkt het ondanks dit uiterlijk vertoon niet. Men is hier geen klant en gezondheid is niet te koop.

[Verschenen in Pur Sang van december 2012]

MF-logo