A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
De reiziger is thuis!
Notities van een verstokte niet-reiziger
Door Franz Pleus, oorspronkelijk verschenen in Casablanca nummer 3, Jaargang
3, juni/juli 1994
Wie reist kan veel verhalen. Ja, ja. Hij verhaalt veel, dat is zeker. Dit voornamelijk op het krediet dat hij meent te hebben bij zijn omgeving. Eindeloze diavertoningen of inkijkjes in het foto-album zijn het deel van de omgeving. Hierbij zijn geen verschillen op te merken tussen de 'gewone' vakantieganger en de, sinds enige decennia mogelijk gemaakte 'bewuste wereldreiziger'.
Omgekeerde weg
Nu kunnen we de vakantieganger eenvoudig kenschetsen als iemand die liever
thuis was gebleven als hij maar wist dat de zon zou schijnen, maar omdat
dat veelal niet zo is, verhuist ie voor een paar weken naar Spanje met medeneming
van kroeg en schotelantenne. Met de wereldreiziger lijkt het anders te liggen.
Deze is op zoek naar 'nieuwe ervaringen', 'andere invloeden', en wil vooral
'meer-van-de-wereld-zien'. Dit alles om zich geestelijk te verrijken. Dat
de reiziger hiermee de omgekeerde weg bewandelt valt hem niet op. Geestelijke
verrijking kan overal plaatsvinden, ook in een stoel, gewoon thuis. De reiziger
kiest echter voor een eindeloze verlenging van de kindertijd, en weigert
volwassen te worden. Als kind is het zaak om in de omgeving te zoeken naar
zo groot mogelijke verschillen, zodat er enige chocola gemaakt kan worden
van het ingewikkeld schouwspel om hem heen. Is het kind daarin een aantal
jaren getraind, dan wordt het -tijd om de meer subtiele verschillen te onderkennen.
Dit laatste gebeurt bij de reiziger niet; hij schiet zover door, dat hij
blijft zoeken naar enorme verschillen. Extremen moeten worden opgezocht,
het verschil tussen de eigen woonplaats en het volgende dorp bestaat volgens
de reiziger niet; bevindt hij zich in Duitsland of Frankrijk, dan constateert
hij dat het net zo iets is als thuis. Nee, op z'n minst moet er een continent
je opgeschoven worden om enig verschil te ontdekken. Dat talloze mensen
dit voor hem gedaan hebben en er lijvige boekwerken over hebben geschreven,
deert hem niet, hij moet het zèlf zien. Hij zal ons zelf wel vertellen
hoe het in een ver land is. Elke kritische opmerking wuift hij weg; hij
is er geweest, en jij niet. Hij heeft een frisse kijk op de gang van zaken
in den vreemde, beweert hij. De mededeling dat hij slechts in het bezit
is gekomen van een gekleurde reservebril beantwoordt hij met een glazige
blik.
Roerloos
De reiziger laat zich ook vaak graag voorstaan op een volstrekte afwezigheid
van de voortwoekerende consumptiedrift die de westerse maatschappij verscheurt
en het milieu opblaast. Dat het boeken van een kostbare reis zich in weinig
onderscheidt van het willen hebben van de nieuwste Super-Mega-Discman met
House-stand en Ecstasy-schakelaar, wekt slechts geïrriteerde ontkenningen
op. En op de vraag of al dat reizen per vliegtuig wel zo gezellig voor het
milieuis, komt hij in het gunstigste geval met de opmerking dat 'het vliegtuig
toch gaat', hiermee het vermoeden kwekend dat de reiziger zelfs de kleutertijd
niet heeft weten te ontgroeien.
In een uiterste poging tot rechtvaardiging van het eigen gedrag wil de reiziger
zich ook nog wel eens afzetten tegen de vakantieganger, die steevast als
'toerist' wordt bestempeld. Ook hieruit blijkt wel het volstrekt verstoorde
wereldbeeld van de reiziger. De vakantieganger is helemaal geen toerist,
maar omdat het niet mogelijk is het klimaat te verhuizen, verhuist hij telkens
na een jaar hard werken zijn complete omgeving, en blijft daar enige weken
roerloos in zitten; eigenlijk is hij gewoon thuis. Hier ligt juist de overeenkomst
met de reiziger, al verhuist deze niet zijn omgeving, maar zijn kinderlijke
geest, in een ultieme poging om de sprankelende verwondering van een zesjarige
te herbeleven. Zijn omgeving verhuist voor een deel vanzelf mee, in de vorm
van duizenden emotionele sukkelaars die hij tegen zal komen op zijn ontdekkingstocht
door de onbedorven bestemming. Ook de reiziger is eigenlijk gewoon thuIs,
maar wel een jaar of twintig geleden. Bel hem echter maar niet, waarschijnlijk
neemt hij niet op, dat deed hij namelijk ook niet toen hij een jaar of zes
was.
Franz Pleus

