'Een eersteklas landschap'
Jac. P. Thijsse heeft in de jaren dertig van de vorige eeuw een
mooie beschrijving van het toenmalige Nederland gegeven. Hij deed dit in
de twee Verkade albums 'Onze groote rivieren' en 'Waar wij Wonen'. In dit
laatste boek komt onder andere het natuurmonument De Beer aan de orde. Thijsse
spreekt over 'een eersteklas landschap'. Hoe zou De Beer er 70 jaar na dato
uitzien?
Blijft u maar gerust thuis, want u zult het natuurgebied De Beer tevergeefs zoeken. Het is er niet meer, althans bijna niet meer. Er is nog een natuurgebiedje met de naam De Kleine Beer. Het meet 10 ha en het ligt aan het Brielsche Meer. Dit is het restant van wat ooit natuurgebied De Beer was, zo'n 900 ha. De Beer is aan het eind van de jaren vijftig en het begin van e jaten zestig verloren gegaan bij de aanleg van Europoort .
De Beer was ooit een befaamd natuurmonument. Het merkwaardige is dat zowel zijn ontstaan als zijn ondergang toe te schrijven zijn aan de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Eerst het ontstaan van De Beer in de vorm waarin het beroemd is geworden: het is gevolg van het graven van de Nieuwe Waterweg rond 1870. De Nieuwe Waterweg als de uitgang naar de zee die nodig was voor de ontwikkeling van de Rotterdamse haven. Toch bestond de Beer ook daarvoor al. Het was de uiterste punt van Zuid-Holland: de Hoek van Holland, een grote zandvlakte met primaire duinen. Ongetwijfeld een uitermate dynamisch systeem. We weten er verder niet veel van, alhoewel Thijsse spreekt over 'een meertje dat hier in het duin lag, een evenknie van het Zwanewater of Kwakjeswater en waar een kolonie stormmeeuwtjes broedde'.
Na het graven van de Nieuwe Waterweg ontstaat De Beer in de geïsoleerde vorm waarin het beroemd zal worden. De Nieuwe Waterweg zorgt er namelijk voor dat dit stukje Zuid-Holland geïsoleerd komt te liggen. Het is daardoor moeilijk te bereiken en het gebied kan zich in alle rust ontwikkelen. En dat doet het ook. Aan het eind van de jaren dertig als Thijsse het gebied beschrijft in 'Waar wij wonen', is het al de beroemdste broedplaats van visdiefjes in noordwest Europa. Tegen de 20.000 broedparen zitten er dan. De oorlog bleek een verschrikking voor De Beer. Vanaf 1942 verrezen er megalomane bouwwerken op De Beer als onderdeel van de Atlantikwall. Het met de misschien wat merkwaardige titel Festung Hoek van Holland. Een parel van de Atlantikwall aan de Nieuwe Waterweg, 1942-1945 geeft een gedetailleerde beschrijving van wat de Duisters er allemaal aanrichtten. Deskundigen stellen dat de Vesting Hoek van Holland, vanwege de strategische positie aan de monding van de Nieuwe Waterweg, de zwaarst verdedigde stelling in Nederland is geweest.
Het aantal bunkers werd na de oorlog geschat op 650, de totale lengte van de Festung Hoek van Holland mat 10 kilometer en de maximale diepte bedroeg maar liefst vijf kilometer. Het zogenaamde Kernwerk vormde het hart van de verdediging aan de zuidoever van de Nieuwe Waterweg. Dit Kernwerk lag aan de rand van De Beer en is eigenlijk een soort vesting binnen de Vesting Hoek van Holland. Het Kernwerk is mogelijk het zwaarste fort van de gehele Atlantikwall geweest. Alleen al het Kernwerk bevatte maar liefst 52 bunkers; alles goed voor ongeveer 50.000 m3 beton. Dit Kernwerk is zo omvangrijk, omdat het in het allerlaatste geval nog geheel zelfstandig verdedigbaar moet zijn. Daarnaast werd een deel van De Beert ter grootte van 400 ha ingepolderd en omgezet in landbouwgrond met het oog op de precaire voedselsituatie in de oorlog.
Meer
over het 'Eersteklas landschap'

De Beer gezien vanuit het zuiden, eind jaren vijftig. Het brede en gedeeltelijk begroiede strand bood een uitstekende broedplaats voor grote sterns en visdieven.