Een leuk muziekje erbij?
Wie verre reizen maakt, weet dat in verre landen ook verre muziek
wordt gemaakt. Muziek die ons vaak vreemd in de oren klinkt, maar waar soms
ook een merkwaardig soort bekoring van uitgaat. Dat is muziek die we thuis
ook nog wel eens zouden willen beluisteren. Zo kunnen we de sfeer van onze
vakantie nog een beetje oproepen. Maar ach, net als die vreemde volken,
verdwijnt ook die vreemde muziek geleidelijk aan. De vreemde volken sterven
uit, vermengen zich met anderen en, nog erger, worden door toeristen ontdekt.
En zo verdwijnt ook de cultuur en het gevoel dat hoort bij die verre muziek.
Er is een ruim aanbod van muziek uit verre streken, gelukkig maar. Nog wel, want veel authentieke muziek dreigt te verdwijnen. Koop het, luister ernaar, geniet ervan. Zoals muziek van het dorpsorkest Palatca. Vreemde mannen met rare hoedjes brengen traditionele liederen en dansmuziek van Hongaren, Roemenen en zigeuners. Prachtige muziek met een vreemd hinkend, slepend ritme met sterke syncopen. Nemand kan er onverschillig bij blijven. Of de muziek van Magyarpalatka, ook al mannen met hoedjes. Zij noemen zichzelf een zigeunerorkest en brengen Hongaarse volksmuziek uit Transsylvanië. Het gaat vooral om liefdesliederen, feestliederen, maar ook om klaagzangen waarin getreurd wordt om verloren liefdes of uit heimwee. Het is unieke muziek die een lange geschiedenis kent door de ooit geïsoleerde ligging van het gebied. Ook Sándor Fodor, bijgenaamd Netti, komt uit deze streek. Fodor is een virtuoos violist, die met zijn 'dorpsorkest', muziek uit Kalotaszegi ten gehore brengt. Fodor is met zijn 'dorpsmuziek' wereldberoemd geworden en trad zelfs in de Carnegie Hall in New York op, maar even goed in Utrecht.
Ja, we weten het. Je mag er niet meer mee aankomen. Het is, zo is het correcte denken tegenwoordig, net zo erg als de muziek van bijvoorbeeld Los Paraguayos: we bedoelen muziek met de panfluit. In de jaren zeventig mateloos populair, maar daarna in de muziekvuilnisbak beland. Hoe onterecht en ook oneerlijk dat is, blijkt bij het luisteren naar muziek van bijvoorbeeld de Roemeen Radu Simion. En nu we toch bezig zijn, noemen we maar meteen zigeunermuziek. Een ruim begrip waar van alles onder kan vallen. Maar wij bedoelen dan de soort die uit Hongarije en Roemenië en vooral uit het grensgebied van die twee landen komt. En onze lijst kan niet compleet te zijn zonder te wijzen op de joodse muziek uit Oost-Europa. Kijk, als u nog eens de kans krijgt, naar de documentaire-achtige film 'Carpati: 50 Miles, 50 years' en u begrijpt wat we bedoelen. Weemoed, noodlot en verdriet op onnavolgbare wijze met elkaar verbonden.
Ga op zoek in de muziekwinkel, er gaat een wereld voor u open met al deze muziek. Maar het is helaas wel allemaal muziek van wat was en nooit meer zal zijn. Het verdwijnt.
Mannen die wonderbaarlijk mooie muziek maken: Magyarpalatka (links) en Sándor Fodor, 'Netti' (rechts).

