Dossier Nederlandse landschappen
Thijsse revisited
De Verkade albums van Thijsse: het is een bijna magisch begrip. Maar vóór de verbintenis tussen Verkade en Thijsse waren er andere albums bij Verkade verschenen. Het allereerste Verkade album kwam uit in 1903 en had als titel Sprookjes I. Nog twee sprookjesalbums verschenen alvorens in 1906 het album Lente geschreven door Jac P Thijsse verscheen. Dit album markeerde het begin van de reeks van albums die voornamelijk over de natuur ging.
Tot aan de Tweede Wereldoorlog verschenen er 27 delen; 18 hiervan werden door Thijsse geschreven. De albums, waarvoor plaatjes gespaard moesten worden - onder andere door de aankoop van beschuit -, waren een groot succes. Bijna aan het eind van de (vooroorlogse) reeks verscheen in 1937 het album Waar wij wonen en in 1938 Onze groote rivieren. Deze albums gaven een goed beeld van het Nederlandse landschap in die tijd. Beide albums waren van de hand van Thijsse. In zijn onnavolgbare stijl schetst hij in de twee albums de schoonheid van Nederlandse landschappen zonder daarbij de plaats van de mens en de ontwikkelingen die in het landschap plaatsvonden, te negeren. Vaak werd en wordt gedacht dat Thijsse dé exponent van de natuurbeschermer was. Dat was hij zeker, maar hij was ook meer. Hij had ook oog voor de ontwikkelingen die in Nederland gebeurden op het gebied van industrie en bedrijvigheid. En zo bleek hij evengoed in staat om de schoonheid van het industriële landschap te beschrijven.
Wat zegt Thijsse zelf
En eigenlijk zetten de voorwoorden van beide boeken direct al de
toon. Reden ook dat we ze hier integraal weergegeven.
Het voorwoord uit Waar wij wonen uit 1937
'Voor wie het natuurschoon van ons land ter harte gaat, kan het wel eens
benauwend zijn, bijna dagelijks te hooren over de schennis van de natuur
ten behoeve van "nuttigheidsdoeleinden".
En onwillekeurig vraagt men zich af, wat er kan worden gedaan om - voor
zover het werkelijk verarming betreft - ons land hiervoor te bewaren.
Daarom geloof ik, dat we niet beter kunnen doen dan gezamenlijk eens na
te gaan, waar eigenlijk dat Hollandsch landschapsschoon bestaat, - ons daarvan
nog duidelijker bewust te maken. We zullen dan zien, dat eigenlijk heel
Nederland een merkwaardig complex van natuur en cultuur is te noemen en
wanneer we beseffen, hoeveel vreugde er aan dit rijke "bezit"
valt te beleven, komt dan niet vanzelf de behoefte de handen ineen te slaan
om iedere onnoodige schennis ervan te voorkomen en het ook voor de toekomst
te behouden?
Welnu, één middel is er alvast: het geven van steun aan de
organisatie, die op dit gebied reeds zoveel wist te bereiken: de Nederlandsche
Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten! Zij woont Heerengracht 540
in Amsterdam.'
Jac. P. Thijsse
Het voorwoord uit Onze groote rivieren uit 1938
'Welbehagen in eigen land is niet alleen verklaarbaar en geoorloofd,
maar ook nuttig en noodzakelijk en het is goed, dat wij trachten, ons
dit welbehagen zoo veel mogelijk bewust te doen worden. In ons vorig album
"Waar wij wonen" hebben we in groote trekken geschetst, hoe
en waardoor ons land gerekend mag worden tot de beste en schoonste ter
wereld.
Thans willen we eenigszins in bijzonderheden, maar nog lang niet uitvoerig
genoeg, onze groote stroomen bekijken, de levensaderen van ons land dat
zij zelf hebben gebouwd.
Mogen zij U lokken tot heerlijke zwerftochten te land en te water ter
vermeerdering van uw welbehagen, van uw vaderlandsliefde.'
Jac. P. Thijsse
Nederland als cultuurlandschap
In 'Waar wij wonen' geeft Thijsse op diverse plaatsen verduidelijking
over waar hij staat. 'Maar te veel Nederlanders beseffen nog niet, in welk
heerlijk land zij het voorrecht hebben te leven', zo luidt de openingszin
van 'Waar wij wonen'. Thijsse doelt hier niet alleen op de natuur, zo blijkt.
Want even verder lezen we al dat 'Wel moeten wij bedenken, dat de mensch
al dadelijk het landschap heeft beheerst. Wanneer wij vandaag aan Nederland
denken, dan zien wij misschien wel de zee en de duinen, de bosschen, de
heiden, de plassen, maar toch in de eerste plaats Amsterdam, Rotterdam,
Den Haag, den Afsluitdijk, de sluizen van IJmuiden, den Waterweg, de weiden
met vee, de akkers, de bollenvelden, spoorlijnen, kanalen, vliegvelden,
sportvelden en huizen, huizen, huizen en menschen, menschen, menschen, welgeteld
iets over de acht miljoen.' Het beeld dat Thijsse hier schetst, en later
ook zo benoemt, is dat van een cultuurlandschap waarin de mens dwingend
en ordenend aanwezig is. En eigenlijk mogen we dan nog blij zijn - en dat
is Thijsse ook in 1938 - dat er op dat moment nog enige natuur aanwezig
is. 'Wanneer ik wandel in het Kennemerduin [...] in de verte op een rijtje
de Papierfabriek en de Hoogovens strak en stijf voor me zie, dan lijkt dat
wel storend. Maar ik bedenk toch ook, met hoeveel plezier ik in de Hoogovenhaven
heb rondgevaren en rondgescharreld op de ertsschepen en de gloeiende ijzerstromen
aanschouwd en al dat gewirwar van de velerlei installaties en in het gezelschap
van knappe ingenieurs die dat allemaal veel beter begrijpen dan ik en de
schoonheid ervan diep gevoelen. Daar was ook een goed vlinderkenner bij.'
Geven en nemen
Het is duidelijk dat Thijsse respect heeft voor industriële installaties
en de mensen die er werken. Aan de andere kant lijkt Thijsse het poldermodel
avant la lettre te belijden. Regelmatig beschrijft hij situaties waar de
belangen van de natuur en de technische ontwikkeling botsen. Toch heet het
dan dat 'de Hoofdingenieur hart voor het natuurschoon heeft' of is men is,
bijvoorbeeld in het geval van wateronttrekking in de duinen, 'tot een andere
inzicht gekomen'. Zo ook heeft de natuurbeschermer 'bewondering voor het
werk' of is onder de indruk van 'de knappe koppen'. Zelden is Thijsse ontevreden
over de afloop van zo'n botsing of belangentegenstelling, want 'menige wilde
roos en menig mooie boomenpartij' blijkt dan toch weer behouden te kunnen
worden. Natuurlijk, er is sinds Thijsse deze albums schreef - in zeventig
jaar tijd dus - veel veranderd in Nederland. Veel is verloren gegaan, maar
toch...
En tegenwoordig dan?
Wij gingen voor u op pad en vonden plaatsen waar het lijkt alsof
de tijd heeft stil gestaan. En ook al is er soms veel veranderd, het wijde
riVierenlandschap bijvoorbeeld is op sommige plaatsen nog steeds van een
overweldigende schoonheid. En laten we wel wezen: als we net zo kijken als
Thijsse 70 jaar geleden, dan kunnen we opnieuw onder de indruk komen. Thijsse
had grote bewondering voor de in 1938 pas gereed gekomen brug over de Waal
bij Nijmegen. Een eigentijds equivalent kunnen we nu vinden in de Martinus
Nijhoffbrug, de brug over de Waal bij Zaltbommel. Een fraai staaltje van
hedendaagse techniek waar we ons even goed door kunnen laten imponeren zoals
Thijsse destijds door de nieuwe brug bij Nijmegen.
Het zal misschien niet iedereen even goed bevallen, maar wat te denken van de bewondering voor grote infrastructurele werken en industrie en bedrijvigheid? Ook hier is Thijsse niet scheutig met zijn complimenten. Zeker, soms gaan veranderingen ten koste van de natuur, maar Thijsse heeft ook oog voor de noodzaak van economische ontwikkeling. En met dit in het achterhoofd kunnen we ook hier op zoek gaan naar hedendaagse equivalenten. En die zijn er natuurlijk, want Nederland is inmiddels rijk aan infrastructuur en grootschalige industrie. De vraag blijft natuurlijk of we werkelijk in staat zijn dit alles met een zelfde nuancering te bekijken als Thijsse destijds. We hoeven bijvoorbeeld alleen maar te bedenken dat het unieke natuurgebied 'De Beer' in de jaren vijftig het slachtoffer is geworden van de ongebreidelde in uitbreiding van de Rotterdamse haven. Het valt te bedenken dat Thijsse, zo hij nog geleefd zou hebben, zich daar wel zeer krachtig tegen verzet zou hebben. Want ook economische vooruitgang en welvaart kennen grenzen. En nog wat: beschreef Thijsse vooral delen van een groter geheel, wat we nu nog ongeschonden aantreffen is vaak een geïsoleerd element te midden van een grondig veranderde wereld.

