Normen en waarden: de win-winsituatie
Wie kan tegenwooordig nog zonder? Het tweesporenbeleid, de dubbele doelstelling, de win-winsituatie: er zijn geen problemen meer, alleen oplossingen! Hoe konden mensen vroeger toch zo sukkelen? Alles kan naar tevredenheid worden opgelost. Meer vliegen en toch een betere milieukwaliteit? Het kan. We geven u deze keer een voorbeeld uit de praktijk: ook zo'n zogenoemde win-winsituatie. Oordeel zelf.
Efficiency is tegenwoordig een veelgebruikt begrip. Maatregelen worden beter geaccepteerd als ze leiden tot zogenaamde efficiencywinst. Wat hiermee precies wordt bedoeld, is overigens meestal niet duidelijk. Daarom een voorbeeld uit de praktijk: een fietspad in de gemeente Utrecht.
1. De aanleg
De gemeente Utrecht wil een fietspad aanleggen, zeg van A naar B. Dit gebeurt
op sterke aandrang van een grote groep fietsers die menen dat de verbinding
tussen A en B in de bestaande vorm te gevaarlijk is voor fietsers. Een (ambtelijke)
projectgroep 'Fietspad van A naar B' wordt ingesteld. De projectgroep vraagt
aan de Dienst Openbare Werken om een 'kostenefficiënt' plan op te stellen.
Deze dienst komt met een tweetal varianten voor de technische uitvoering
van de zaak:
a. Een fietspad van tegels of klinkers. Voordeel: goedkoop in de aanleg.
Nadeel: veel onderhoud, dus duur.
b. Een geasfalteerd fietspad. Voordeel: goedkoop in het onderhoud. Nadeel:
duur in aanleg.
Lastig, totdat iemand in de projectgroep op een lumineus idee komt. Waarom
niet de voordelen van de twee varianten combineren? Heel goed en aldus wordt
besloten. Het resultaat: een fietspad van tegels, waarbij geen onderhoud
plaatsvindt. Goedkoop in aanleg én ook nog eens goedkoop in onderhoud.
Iedereen tevreden: de uitkomst is een 'kostenefficiënt' plan.
Dus: men kiest en combineert elementen die het best passen bij het gewenste
resultaat. Dat elementen soms hun betekenis verliezen als ze uit een context
gehaald worden, is hierbij niet van belang.
2. De afbraak
Het verhaal is hiermee echter niet ten einde. De gemeente Utrecht is namelijk
een moderne gemeente en dus besluit de gemeente haar beleid te 'evalueren'.
Dit houdt in dat geteld wordt hoeveel fietsers van het bewuste fietspad
gebruik maken. De eerste telling kort na de aanleg van het fietspad, de
tweede telling twee jaar na de aanleg. De resultaten van de tellingen laten
zien dat na twee jaar fietsers het fietspad nauwelijks nog gebruiken. De
gemeente verbindt hieraan de conclusie dat het fietspad blijkbaar niet (meer)
in een behoefte voorziet. Dat fietsers het fietspad niet meer gebruiken
door de slechte staat als gevolg va het ontbrekend onderhoud, valt buiten
de evaluatie. Het resultaat: het fietspad wordt opgebroken en de vrijkomende
ruimte krijgt een groenvoorziening. De gemeente is opnieuw tevreden, immers
zij evalueert en stelt - zonodig - het beleid bij.
Dus: door te kiezen voor een slechte optie, creëert men een vanzelfsprekend vervolg en presenteert dit vervolgens als een uiting van slagvaardig handelen. Dat de problemen afgewenteld zijn op een anonieme en in dit geval niet georganiseerde groep, de fietsers, is een niet relevant detail.