De teloorgang van het unieke natuurgebied De Beer
Industrie, alleen maar industrie
Botlek, de Maasvlakte, Europoort het zijn indrukwekkende industriegebieden
langs de Nieuwe Waterweg. Wie aan de zuidkant van Rotterdam naar het westen
rijdt, komt er langs. Het beste is om vanaf Pernis de parallelweg van de
A15 te nemen en na Rozenburg verder te gaan via de N15. Een schier eindeloze
aaneenschakeling van olieraffinaderijen, chemische fabrieken en op- en overslagtanks
is er te zien. Vrachtwagens, tankwagens rijden af en aan. Als het niet te
hard waait, is er bovendien de karakteristieke geur van een gebied met chemische
industrie goed te ruiken. Schijnt dan ook nog te zon, dan maakt al het aluminium
een verblindende indruk. Bovendien lijkt het wel of de fabrieken tegenwoordig
steeds vrolijker kleuren krijgen.
Waar is 'De Beer'?
Wie de moeite neemt om helemaal door te rijden langs de N15 en nog verder
helemaal de Maasvlakte over, komt uiteindelijk bij de monding van de Nieuwe
Waterweg. Hier varen traag de grote schepen. Misschien heeft Jac P Thijsse
hier ook ongeveer ooit gestaan. Hij schreef in 1938 in het Verkade album
Waar wij wonen: 'Dit is dan den mond van den Rijn, de aloude en
naar wij hopen onverwoestbare natuur, het rijke leven, waar rivier en zee
elkaar ontmoeten en daarbij in dat reuzenschip (bedoeld wordt de Statendam)
de uitdrukking van het menselijk bedrijf in de wereld van welvaart en welbehagen'.
Thijsse staat hier echter niet in Europoort, maar op wat er was voordat
Europoort werd aangelegd, namelijk het Vogeleiland 'De Beer', het natuurgebied
'De Beer' dat in het begin van de jaren zestig moest wijken voor de aanleg
van Europoort.
Het ontstaan van ' De Beer'
Het merkwaardige - en het bijzondere - is dat het natuurgebied 'De Beer'
is ontstaan door menselijk ingrijpen. In de periode 1866-1872 werd namelijk als
nieuwe benedenloop van de Nieuwe Maas de Nieuwe Waterweg gegraven.
Dit kanaal tussen Rotterdam en de Noordzee moest van Rotterdam weer een
grote havenstad maken. Het graven van de Nieuwe Waterweg zorgde ervoor dat
een stukje van het eiland Rozenbrug als het ware werd afgesneden: 'De Beer',
een gebied met een oppervlak van 1300 ha. Het gebied was lange tijd slechts
beperkt toegankelijk en tot aan de Tweede Wereldoorlog ook slecht bereikbaar.
Een voetveer vanaf Hoek van Holland was eigenlijk de enige toegangsroute.
Mede hierdoor ontwikkelde het gebied zich tot een natuurgebied dat in Nederland
nauwelijks zijn gelijke kende.
In het Verkade-album Onze groote rivieren uit 1938 gaf Thijsse op de van hem bekende welsprekende manier een beschrijving van wat wel een zeer uitzonderlijk gebied geweest moet zijn: 'hij heeft toch een apart bestaan, een bestaan van verlatenheid, vrijheid en rijkdom. Daar zijn wijde stranden en groote zandbanken, drasse slikken en groepen van duinen'. Ook Jan Strijbos schreef in zijn boek Waar de stilte spreekt uit de dertiger jaren over een wandeltocht in 'De Beer'. Het roept een beeld op een weergaloze natuur van een soort die heden ten dage ondenkbaar is: kluten, bergeenden, visdiefjes en grote sterns komen er in grote aantallen voor. In het duinlandschap huizen 'kneutjes, paapjes, fitisjes, klauwieren, tuinfluiters, piepers, nachtegalen, krekelzangers, grasmusschen en nog veel meer'. Geen wonder dat de auteur aan het eind schrijft: '... het kostte moeite om tot den terugtocht te besluiten'.
Grote sterns
In het begin van de jaren vijftig was het gebied nog steeds van een uitzonderlijke
rijkdom. Vogelinventarisaties leverden op: tureluur, grutto, kemphaan, kluut,
scholekster, diverse soorten plevieren, grote sterns, dwergstern en visdiefjes.
De visdiefjeskolonie was met een omvang van 10.000 broedparen de
grootste in noordwest Europa. De grote stern huisde er in een onvoorstelbaar grote
kolonie van eveneens 10.000 broedparen. De Beer was één van de drie gebieden in
Nederland waar de grote stern dan toen in grote aantallen voorkwam. De tekst
van Simon de Waard bij een diaserie over het gebied uit het begin van de
jaren vijftig, was er één van superlatieven. Nog steeds moest de bezoeker in
die tijd met het voetveer over. Voor het bezoek moest een vergunning aangevraagd
worden bij de Stichting 'Natuurmonument De Beer', die het gebied sinds 1936 beheerde.
Vooruitgang
Het verlies van het natuurmonument De Beer werd in de jaren vijftig aangekondigd.
De provincie Zuid-Holland bracht in 1957 een studie uit onder de titel Randstad
en Delta. In die tijd was het Botlekgebied volop in ontwikkeling. De
nota besprak de noodzaak tot verdere, grote uitbreiding van de haven-
en industriële faciliteiten aan de Nieuwe Waterweg. Uitbreiding was
nodig voor op- en overslag van olie, erts en kolen, voor petroleumhavens,
havens voor supertankers en voor een hoogovenbedrijf. Men dacht daarvoor
het gehele nog niet gebruikte gedeelte van het eiland Rozenburg nodig te
hebben.
En eigenlijk werd zelfs de 2300 ha die dit zou opleveren, nog te weinig gevonden. De nota, 100 pagina's in omvang, in geschreven in een stijl van 'enorme economische belangen', 'nationaal belang' en 'zullen moeten wijken'. Aan het vogeleiland 'De Beer', waarvan erkend wordt dat het een natuurgebied van internationale faam en betekenis is, werden slechts 13 regels gewijd; het zou moeten wijken, vooral voor het hoogovenbedrijf annex staalfabrierk. Wel werd voorgesteld om als compensatie voor het verlies 'enkele eilandjes in de Grevelingen tot natuurmonument te maken'.
Wat overblijft
In november 1957 kwam de gemeente Rotterdam met het plan Europoort en dat betekende het einde van De Beer. Al halverwege de jaren zestig was 'De Beer' verdwenen. Wat nu nog rest van het
immense natuurgebied De Beer is De Kleine Beer. Het is een 12 ha groot natuurgebiedje, dat echter in niets lijkt op het vroegere, majustueuze De Beer.
De 'enkele eilandjes' in de Grevelingen zijn inderdaad natuurmonument geworden.
Op één van die eilandjes, Hompelvoet, broeden sinds een aantal jaren zelfs
weer grote sterns. Maar wie de leegheid van de Europoort aanschouwt, zal
met bitterheid moeten vaststellen dat een vernietiging zoals destijds van
'De Beer' in de huidige tijd niet had kunnen gebeuren. En o ja, het hoogovenbedrijf
en de staalfabriek zijn er nooit gekomen.




