Matig roken geen probleem: even een paar feiten
Volgens gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek rookte in 2005
29% (2001: 33%) van de Nederlanders; meer mannen (34%, was 36%) dan vrouwen
(25%, was 29%) overigens.
Het percentage rokers blijkt ook samen te hangen met de genoten opleiding:
naarmate het opleidingsniveau hoger wordt, wordt het percentage rokers kleiner.
Van de mensen met een universitaire op HBO opleiding rookt 'slechts' 27%.
Verder blijkt: hoe jonger hoe meer rokers. De gemiddelde roker gebruikte
in 2005 11,7 (was 12,4) sigaretten per dag; dat zijn er dus 4300 per jaar.
Er zijn natuurlijk ook mensen die meer dan gemiddeld roken. Dit zijn de
zware rokers; voor de statistiek zijn dat mensen die 20 sigaretten of meer
per dag (dat zijn er dus 7300 of meer per jaar) roken. Ongeveer een derde
van de rokers valt in deze groep; dat is nog altijd zo'n 12 % van alle Nederlanders.
Al dat gepaf is in Nederland goed voor een omzet van € 2,1 miljard.
Daar gaat tweederde van als tabaksaccijns naar de overheid. Tel uit je winst:
€ 1,4!
Al met al wordt er toch aanzienlijk minder gerookt dan 10 jaar geleden. In 1990 rookte nog 37% van de Nederlanders. Ook rookten zij meer, namelijk 17 sigaretten per dag. En ook het aantal zware rokers lag toen hoger: 43%. Er is dus wel het een en ander verbeterd. Gezien de prijselasticiteit van sigaretten (-0,5) lijkt dit eigenlijk voor iedereen een positieve ontwikkeling (zie hoofdartikel). De prijs is nu, vooral door een hogere accijns, hoger dan 10 jaar geleden. De overheid heeft daarom ondanks minder rokers meer inkomsten gekregen. Bovendien betekent minder roken minder gezondheidskosten. Een verdere verhoging van de accijns zou dus zeker te overwegen zijn?
