Matig roken geen probleem: inleiding
'Voor een lichte of matige roker, voor wie het roken een werkelijk genot betekent, geldt voorhands niet, dat hij of zij het roken nu geheel moet afschaffen.... En aangezien voor vele mensen het roken tot een van de geneugten van het dagelijkse leven behoort, in een tijd, die overigens vaak weinig reden tot plezier geeft, geloven we niet, dat het juist is een weinig schuldig genoegen als het weinig of met mate roken ook nog te doen verdwijnen.'
Ja, zo keek men in 1954 in Nederland tegen het roken van sigaretten aan. In een artikel in 'Wie wat waar 1955' - waar ook de begintekst van dit artikel uit komt - wordt echter wel degelijk een kritische beschouwing aan het roken gewijd. De relatie tussen (zwaar) roken en longkanker wordt aangegeven. Ook de 'bekende Nederlandse kankeronderzoeker' Korteweg wordt veelvuldig geciteerd. Korteweg is duidelijk: '... dat 50.000 mannen, en tevens een zeer groot aantal vrouwen, bezig is door zwaar roken de bodem voor te bereiden voor longkanker'.
De documenten van de Amerikaanse tabaksindustrie die in de negentiger jaren beschikbaar zijn gekomen, tonen aan dat al in het begin van de vijftiger jaren de tabaksindustrie op de hoogte was van de schadelijke effecten van het roken. Het is mede daarom dat de sigarettenfabrikanten toen al met filtersigaretten en met light versies van sigaretten kwamen. Beide waren bedoeld zogenaamd om de schadelijke effecten van het roken te verminderen. Het uiteindelijke doel was echter om, ondanks alles zo onthullen deze documenten, de omzetten (en dus de winsten) op peil te houden.
Boeven zijn het
De ontstaansgeschiedenis van de Amerikaanse tabaksindustrie leert ons dat
het om een tak van sport gaat waar weinig goeds uit voort kan komen. Alles
draait om omzet, winst en misleiding. Het begon aan het eind van de negentiende
eeuw met de American Tobacco Company onder de bezielende leiding van James
Duke. In 1880 wordt een machine uitgevonden die sigaretten kan rollen en
daarmee het met de hand rollen van sigaretten overbodig maakt. James Duke
is de eerste die de voordelen onderkend. De productieprijs wordt veel lager.
Duke gebruikt dit niet alleen om de winst op te voeren, maar is nu ook in
staat om een grote hoeveelheid geld in te zetten voor agressieve reclame-
en promotiecampagnes. Duke bereikt hiermee dat zijn concurrenten zich op
hem aansluiten of dat zij uit de markt gewerkt worden. Het sigarettengebruik
stijgt fors van een halve sigaret per persoon per jaar in 1870 naar 35 per
jaar in 1890.
De American Tobacco Comapny heeft aan het eind van de negentiende eeuw een monopoliepositie bereikt op de Amerikaanse markt en betreedt ook andere markten die met tabak te maken hebben. De machtspositie is zo groot dat de Amerikaanse overheid in 1911 besluit op basis van antitrustwetgeving om het concern op te splitsen. Er ontstaan vier nieuwe bedrijven: de (nieuwe, afgeslankte) American Tobacco Company (ATC), RJ Reynolds Tobacco Company (RJR), Liggett & Myers Tobacco Company (L&M) en P Lorillard Company. In 1925 beheersen de eerste drie 90% van de Amerikaanse markt. De marktwerking is hierdoor zwak. De marktleider (RJR) bepaalt in feite de prijs; de anderen volgen. De winsten zijn navenant. Dit opent echter wel de mogelijkheid voor prijstunters die met zeer goedkope merken op de markt komen. Twee daarvan overleven de moordende concurrentie en behoren tegenwoordig ook tot de megaconcerns: Philip Morris en Brown & Williamson.
Matig
roken geen probleem: een eigen waarheid

Reclame voor Golden Fiction uit de jaren vijftig.
Golden Fiction was in die tijd één van de topmerken.
De sigaret
Het Nederlandse woord sigaret (vroeger geschreven als cigaret)
komt van het Frans cigarette. Dit woord komt op zijn beurt van het Spaanse
cigarillo dat klein sigaartje betekent. En zo zijn we dus bij het woord
cigarro (Nederlands: sigaar) aangeland. Dit wil niet zeggen dat de Spaanse
taal de oorsprong van het woord vormt. Nee, het Spaanse woord cigarro
is afgeleid van het Maya woord siqar. Siqar betekent letterlijk rook en
staat voor de handeling waarbij opgerolde tabaksbladeren worden gerookt.
De ontdekking van Amerika door Columbus legde ook de basis voor het roken
van tabak in de rest van de wereld. In het begin werd het Indiaanse gebruik
van het roken tabaksbladeren niet door de Europeanen overgenomen. Het
werd beschouwd als een heidens, curieus en smerig gebruik. Eerst in de
16 de eeuw is het gebruik om tabak in een pijp te roken via Engeland verspreid
geraakt over Europa. Het standpunt van de Engelse koning Jacobus I dat
tabak een gruwel voor de ogen, een walging voor de neus, schadelijk voor
het verstand en gevaarlijk voor de longen is, heeft niet mogen helpen.
Zijn opvolger Karel I pakte het slimmer aan. Het gebruik van tabak werd
vrijgegeven. Wel werd tabak zwaar belast: de eerste accijns op tabak had
zijn intrede gedaan. De belastinginkomsten bleken bijzonder hoog te zijn.
Een verschijnsel dat ook bij latere overheden niet onopgemerkt is gebleven.
Tot op de dag van vandaag is tabaksaccijns een belangrijke bron van inkomsten
van elke overheid.
Zo bedroeg de opbrengst van de tabaksaccijns in Nederland in 2003 1,75
miljard (Bron: CBS).
