De kaart die geen kaart is. Of toch wel?
De ondergrondse netwerken waren aanvankelijk niet zo uitgebreid. Er was dan ook geen behoefte aan aparte kaarten. Op stadsplattegronden werden de metrolijnen gewoon ingetekend. En dan alles natuurlijk wel in zwartwit. Het aantal lijnen en stations nam echter voortdurend toe. In het begin van de 20ste eeuw waren de tot toe gebruikte plattegronden steeds onoverzichtelijker en daarom minder geschikt geworden. Het was Harry Beck, officieel Henry C. Beck (1903-1974), een elektrisch ingenieur, die in 1931 begon met een revolutionair ontwerp. Beck had een aantal jaren bij de ondergrondse gewerkt, maar was in 1931 weggesaneerd.
Beck begon in zijn vrije tijd na te denken over een nieuwe kaart. Hij redeneerde dat topografische, stedelijke details overbodig waren, omdat de ondergrondse zich onder de grond bevond. Eigenlijk waren de bestaande plattegronden van de ondergrondse te goed, te nauwkeurig, te veel in overeenstemming met de werkelijkheid. Een gebruiker van de ondergrondse zou alleen maar willen weten hoe hij van station A naar station B kon komen, zo dacht Beck. Beck maakte een kaart waarop alle overbodige details verdwenen waren. Een zo'n detail is de precieze loop van de lijnen. Beck trok de lijnen zo veel mogelijk recht. Er komen maar drie richtingen op de kaart voor: horizontaal, verticaal en lijnen onder een hoek van 45 graden. Ook de afstanden tussen de stations waren niet meer in overeenstemming met de werkelijke afstanden. Bovendien vergrootte Beck het centrumgedeelte van de kaart. Hier lagen namelijk veel lijnen en stations; een vergroting van het gebied zou de informatie toegankelijker maken. De buitengebieden werden juist verkleind. De enige tekst op de kaart was die van de stationsnamen. Het enige nog herkenbare bovengrondse element op de kaart was de rivier de Thames. De plattegrond leek bijna op een elektrisch diagram, wat gezien de achtergrond van Beck misschien niet hoeft te verbazen. In 1933 kwam Beck opnieuw in dienst van de ondergrondse. De directie van de Londense ondergrondse zag aanvankelijk niets in de kaart. Het week te veel af van wat tot dan toe gebruikelijk was. Wat ook al niet hielp, was dat Beck de kaart in zijn vrije tijd had gemaakt. Niettemin besloot de directie de kaart op beperkte schaal op proef te verspreiden. De kaart was een onmiddellijk succes.

Een gedeelte van het originele ontwerp van Hary Beck uit 1933. Alleen nog
maar lijnen van de ondergrondse en stationsnamen. De lijnen hebben hun eigen
en duidelijk onderscheidbare kleur. De lijnen lopen horizontaal, verticaal
of onder een hoek van 45 graden.

Een recente kaart van de Londense ondergrondse. Eigenlijk is er niet veel
veranderd in vergelijking met het ontwerp van Beck. Er zijn meer lijnen
en meer stations; toch blijft de kaart uitstekend leesbaar. En wie wel eens
in Londen is geweest en gebruikt heeft gemaakt van de ondergrondse, kent
dat kleine handige boekje. Het boekje met het overzicht van de metrolijnen:
hoe klein ook, het is bijzonder handig. Raadpleegt u het boekje in de ondergrondse,
dan zult u natuurlijk onmiddellijk als toerist herkend worden. Ook het wijzen
naar de borden waarop de route staat aangegeven, zal u op afkeurende blikken
komen te staan: weer zo'n achterlijke toerist!
