Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Erik Satie
(1866 - 1925)


Het schilderij dat gemaakt is door Suzanne Valadon, naar verluidt de enige vrouw waarmee Satie ooit een relatie heeft gehad.

Gymnopédie no 1 van Erik Satie

De makers van de website www.moov.nl stelden ooit een paar vragen aan de populaire actrice en zangeres Georgina Verbaan. Op de vraag: 'Wat is je favoriete nummer en wanneer zet je dat meestal op?', antwoordde de ster geheel onbevangen: 'Satie met het nummer Gymnopédie no.1 werkt erg goed wanneer ik aan het schoonmaken ben!' En voegde zij er nog snel aan toe: 'Ook Pennylane van The Beatles maakt me erg blij.' De verschrijving Pennylane schrijven we overigens maar op het conto van de redacteuren. Georgina geeft hier op een openhartige wijze uiting van het feit dat de eerste Gymnopédie van de Franse componist Erik Satie overal goed voor is.

Vele uitvoeringen
Erik Satie componeerde de eerste Gymnopédie in 1888. De twee de componeerde Satie in het zelfde jaar. De derde, werd eveneens in 1888 uitgegeven, maar de tweede verscheen merkwaardig genoeg pas in 1895. De populariteit van vooral de eerste Gymnopédie is verbijsterend. Het werk is oorspronkelijk geschreven voor piano solo. Debussy maakte er een orkestratie van. Wie van de etherische klanken van Debussy houdt, zal in zijn nopjes zijn met deze versie. Satie en Debussy ineen! Anderen zullen mogelijk versteld staan van deze kleffe Debussyversie. In de loop der tijden is gebleken dat het nog veel gekker kan. Er zijn uitvoeringen verschenen in vele bezettingen. Niets is te dol: mondharmonica, gitaar, strijkkwartet, fluit, hobo. Of wat te denken van fluit én hobo, en ga zo maar door. Het klinkt allemaal even erg. Het is verworden tot het ultieme, muzikale behang.

Hoe traag is 'lent'?
De Gymnopéédie nummer 1 heeft als tempo aanduiding 'Lent et douloureux'. 'Lent' betekent langzaam, traag, sloom. En 'douloureux' staat voor pijnlijk, smartelijk. Aangezien de componist verder afziet van een kwantitatieve aanwijzing voor het tempo, zal de uitvoerend artiest hierin zelf zijn keuze moeten maken. Dat blijkt tot verrassende resultaten te leiden. Vooropgesteld moet worden dat de Gymnopédie nummer 1 een bescheiden werk is: het telt slechts 78 maten en is opgebouwd uit 18 secties. Wij namen een steekproef van 25 uitvoeringen en bekeken daarvan de tijd die de pianisten nodig hadden om het werk uit te voeren.

De gemiddelde duur bleek 3 minuten en 25 seconden te zijn. Wel bleek de relatieve standaarddeviatie, een wetenschappelijke maat voor de spreiding, in de tijdsduren aanzienlijk te zijn, namelijk 22%. Klára Körmendi was het snelste klaar; zij deed het in 2 minuten en 39 seconden. De langste uitvoering is er een van Reinbert de Leeuw die maar liefst 5 minuten en 57 seconden nodig heeft. Nu is Reinbert de Leeuw een geval apart. Hij heeft namelijk in de loop van de jaren de Gymnopédies een aantal malen opgenomen. De eerste opname dateert van 1976. De Leeuw maakte met deze opname de muziek van Satie populair in Nederland. Deze versie duurt 4 minuten en 49 seconden. In onze steekproef behoort deze versie dus ook al tot de langere. Een latere opname van De Leeuw vraagt al 5 minuten en 8 seconden, terwijl zijn meest recente uitvoering dus de kroon spant.

De grafiek met de resultaten

Een onderzoekje
Wij vroegen ons af of die uitvoeringen van De Leeuw eigenlijk wel goed zijn. In wetenschappelijke termen: zijn dit geen uitbijters? Of anders gezegd: kunnen we uitvoeringen van De Leeuw nog wel rekenen tot wat we volgens de 'gemiddelde' uitvoeringspraktijk zouden mogen verwachten? Om dat uit te vinden, hebben we een zogenaamde Grubbs test toegepast. De mathematische achtergronden van de test worden in het tekstkader hiernaast uitgelegd. De berekening leert echter dat de langste uitvoering van De Leeuw geen uitbijter is. Met andere woorden: De Leeuw neemt weliswaar veel tijd voor zijn uitvoering, maar valt binnen de marges van wat tot de normale uitvoeringspraktijk moet worden gerekend. De zeer snelle uitvoering van Körmendi valt eveneens binnen de normale praktijk. Al deze uiteenlopende opvattingen van het begrip 'lent' kunnen dus.

Van piano tot orkest tot pulp
De veelheid van uitvoeringsvormen die van de Gymnopédies in het algemeen en die van de eerste in het bijzonder kan worden aangetroffen, is overweldigend. Het lijkt er zelfs op dat de eerste Gymnopédie in dit opzicht het meest gebruikte klassieke werk is. Ook hier voerden we op een steekproef van 20 waarnemingen een Grubbs test uit. De versie van Charles Dutoit met het Montreal Symphony Orchestra neemt maar liefst 6 minuten en 27 seconden in beslag. De Grubbs test wijst deze uitvoering onverbiddelijk als een uitbijter aan. Deze uiterst trage uitvoering wijst op nog een ander fenomeen. De eerste Gymnopédie is een klassieker in de categorie van de zogenaamde sfeermuziek. Er is een aanbod van tientallen verzamel CD's op dit gebied. Voor elke sfeer, voor elke emotie is er keus: het kan ook hier niet op. Maar toch: het origineel, de piano uitvoering, blijft van een mysterieuze schoonheid.