De liefde van Bob en Daphne
De liefde van Bob en Daphne verscheen in de reeks De wijde
horizon. Hierbij gaf het boek de volgende toelichting: 'Een reeks vrijmoedige
boeken, bestemd voor ouders, opvoeders en alle volwassenen, die hun blijk
willen verruimen'. En pseudoniem of niet: als redacteur van de reeks werd
Johan van Keulen opgevoerd. De liefde van Bob en Daphne veroorzaakte
de nodige opschudding door de aard van het verhaal dat in die tijd werd
omschreven als 'zinnenprikkelend' en 'aanstootgevend'. Het boek beschrijft
de lotgevallen van de 16-larige Bob, een jongen uit een gegoede familie,
en Daphne een mooi 12-jarig meisje van een eenvoudige afkomst. Het is met
de huidige moraal moeilijk te begrijpen wat er nu eigenlijk mis was met
dit boek. De auteur probeert duidelijk een goed, intellectueel maar ook
ruimdenkend milieu te schetsen waarin de jeugdige hoofdpersoon opgroeit.
Zo is Bob een talentvol pianist die elke dag veel uren studeert. Het lijkt
het er bijna op dat de jongen eeuwig vakantie heeft.
De passages die handelen over het 'vrijmoedige' gedrag tussen Bob en Daphne zouden we tegenwoordig omschrijven als de eerste seksuele verkenningen van pubers. Het is allemaal afstandelijk beschreven, waarbij de lezer grotendeels zelf mag bedenken wat de beschreven handelingen voorstellen. In het taalgebruik valt op dat het woord 'borsten' en 'borstjes' nogal eens gebruikt wordt. Maar tot een verdere duiding van lichaamsdelen komt het niet. De mannelijke hoofdpersoon wordt in benevelde toestand door een dochter van een echtpaar in een belendend landhuis ontmaagd. Zo ver komt het niet met de vrouwelijke hoofdpersoon. Wel komt het tussen de hoofdpersonen diverse malen tot wat in het Nederlands toch vrij onsmakelijk 'vingeren' heet en later in het boek komt het ook een aantal malen tot wat in het Amerikaans-Engels zo aardig 'petting' heet. In het boek is de omschrijving overigens 'buikjeschuiven'.
Het meest schokkende zal toch wel geweest zijn dat seksueel gedrag van
zulke jeugdige mensen werd beschreven, waarbij duidelijk werd dat ze zich
als evenknieën van hun volwassenen soortgenoten konden gedragen. Niettemin
zou het als voorlichtingswerk over de vrouwelijke anatomie ook vandaag de
dag ondanks de bedekte termen nog van nut kunnen zijn. Diverse malen wordt
de lezer via uitspraken van de hoofdpersonen ook gewezen op de bekrompen
en vaak ook inconsequente moraal van die tijd. Zo kunnen we lezen: 'Hadden
wij simpel dienstmaagden belaagd, zoals 't jongemannen van onze stand vroeger
paste, of meisjes van lichte zeden, dan had u ons waarschijnlijk een knipoogje
gegeven. …'.
