Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Nog meer wie verliest, raakt soms vergeten ommunisten in de bergen

Kurt Fischer (1900–1950). Behoorde sinds 1917 tot de Spartakusbond en trad in 1919 tot de KPD toe. Vluchtte in 1921 na het neerslaan van opstanden in Leuna naar de Sowjet-Unie. Keerde in 1923 naar Duitsland. Redacteur van een aantal communistische kranten. In 1924 opnieuw naar de Sovjet-Unie. Carrière binnen het overheidsapparaat van de Sovjet-Unie (spion, agitator, redacteur). Na de oorlog plaatsvervangend burgemeester van Dresden.

Rudolf Friedrichs (1892–1947). In mei 1945 door de Russische bezettingsmacht tot burgemeester van Dresden benoemd. Van juli 1945 tot zijn dood minister-president van de deelstaat Sasken. Geruchten als zou zijn dood de verantwoordelijkheid zijn van zijn plaatsvervanger, Kurt Fischer (zie ook de vorige pagina), konden niet bewezen worden.

Otto Grotewohl (1894–1964). Van 1912 tot 1918 lid van de SPD. Vocht gedurende de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger. Van 1920 tot 1925 lid van de Brunswijkse Landdag en van 1925 tot 1933 lid van de Rijksdag. Studeerde in de twintiger en dertiger jaren aan verschillende hogescholen en universiteiten. Trad na de machtsovername van Hitler (1933) toe tot het verzet. Dook na de aanslag op Hitler in juli 1944 onder. Speelde na de Tweede Wereldoorlog als SPD-afgevaardigde een sleutelrol tijdens de fusiebesprekingen met de KPD in de Sovjet bezettingszone. Na het tot stand komen van de fusie kreeg de nieuwe partij de naam Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED), de leidende partij in de DDR. Van 1946 tot 1954 samen met Wilhelm Pieck co-voorzitter van de SED. Vanaf 1949 lid van het Politburo en het centraal comité van de SED. Van 1949 tot 1960 minister-president van de DDR.

Otto Nuschke (1883–1957). Geschoold als boekdrukker. Aanvankelijk redacteur bij dagbladen. In 1918 betrokken bij de oprichting van de Deutsche Demokratische Partei, DDP, een liberale partij. Later omgevormd tot de Deutschen Staatspartei. Had tot 1933 zitting in de Pruisische Landdag voor deze partij. Was na de oorlog betrokken bij de oprichting van de Christen-Demokratische Union, CDU, in de Sovjetrussische bezettingszone. Later voorzitter van deze partij. In 1949 lid van de provisorische Volkskammer van de DDR. Van 1949 tot 1957 plaatsvervangend minister-president van de DDR. Curieus detail: werd op 17 juni 1953, de dag van de volksopstand in de DDR, naar West-Berlijn ontvoerd en daar twee dagen vastgehouden.

Wilhelm Pieck (1876–1960). In 1895 lid van de Sozialistische Partei Deutschlands (SPD). In 1918 lid van de Spartakusbund, een links-socialistische/communistische organisatie. Deze ging in 1919 over in de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD). In 1921 lid van het Uitvoerend Comité van de Communistische Internationale. Van 1921 tot 1928 lid van Pruissische Landdag. Vanaf 1925 lid van het Centraal Comité van de KPD. Van 1937 tot 1945 in ballingschap onder andere in de Sovjet-Unie. In 1945 voorzitter van het Centraal Comité van de KPD. Van 1946 tot 1950 samen met Grotewohl voorzitter van de SED. In 1949 staatspresident van de DDR.

Communsiten op postzegels

Wie op een postzegel terechtkomt, behoort natuurlijk echt tot de groten: Otto Grotewohl, Otto Nuschke, Wilhem Pieck en Walter Ulbricht. Geheel rechts. De klassiekers Marx, Engels, Lenin en Stalin gebroederlijk bijeen.