'Het zal geen gat in de bodem van de zee maken'
De eerste testen: A en dan B
De eerste test, Abel, was op 1 juli 1946. Om 9 uur lokale tijd werd vanuit een B29 bommenwerper - Dave's dream - in de nabijheid van Bikini atol een plutoniumbom afgeworpen. Deze bom was exact dezelfde als bij Nagasaki gebruikt was: in het jargon een 'standard MK 3A'. De bom explodeerde op een hoogte van 160 meter en had een kracht van 23.000 ton TNT. Een vloot van 71 overbodige schepen lag in de lagune. Hieronder bevonden zich een Amerikaans vliegdekschip, een onderzeeboot en een kruiser, een Duitse kruiser, de 'Prinz Eugen' en de 'Nagato', het vlaggeschip van de Japanse vloot dat de aanval op Pearl Harbour in 1941 had geleid. Met deze schepen wilde men de schade vaststellen die de explosie veroorzaakte. 5400 proefdieren, ratten, schapen, varkens en geiten, ook bij de experimenten ingezet. Ze worden op de schepen vastgebonden om te onderzoeken wat voor effect een atoombomexplosie heeft op levende wezens. Sommige dieren werden van hun vacht ontdaan, sommige ook ingesmeerd met beschermende crème.
Beklemmende beelden van de proefdieren zijn te zien in de documentaire Radio Bikini' van Robert Stone uit 1987. De explosie, en de volgende, wordt vastgelegd met meer dan 100 fototoestellen en ruim 200 filmcamera's; 18 ton filmmateriaal wordt gebruikt. Bijzonder aan deze test is dat er internationale waarnemers zijn uitgenodigd; de eerste maar ook de enige keer. Een groot gezelschap volgt op een afstand van 30 km de explosie. Ook Nederland is vertegenwoordigd met een majoor Bruining. Later wordt door sommigen geklaagd dat ze het niet goed heb kunnen zien, omdat de afstand te groot was.
De tweede test, Baker, vond plaats 23 juli, 8 uur 35 lokale tijd. Bij deze test werd de bom, opnieuw een 'standard MK 3A', echter onder water op een diepte van 30 meter tot ontploffing gebracht. Deze explosie veroorzaakte een mist van water vermengd met radioactief gas. Ook werd een gedeelte van de bodem van de lagune vernield en als sterk radioactief steenachtig materiaal in de omgeving verspreid. Dit kwam gedeeltelijk ook op de bemande schepen terecht, waar de naar later bleek sterk radioactieve stenen, door bemanningsleden werden opgeraapt. Velen zouden later bijzondere vormen van kanker krijgen. Eén van hen was John Smitherson die last kreeg van sterk opgezette ledematen en de laatste jaren door moest brengen met een hand zo groot als een olifantenvoet. Bikini atol, op een afstand van 5 km van de ontploffing, werd zo zwaar radioactief gecontamineerd dat het de eerste week niet betreden kon worden. De tweede test werd bijgewoond door King Juda. Juda keerde terug naar Rongerik met de mededeling dat het eiland nog intact was, de bomen er nog stonden en dat alles er nog hetzelfde uitzag. Dit voedde de hoop dat ze spoedig weer zouden terugkeren. Niets bleek minder waar. Het eiland was echter voor jaren onbewoonbaar. In 1954 zou het opnieuw gebruikt worden voor proeven met waterstofbommen in het project Castle, daarbij het eiland nog zwaarder radioactief besmettend.

