Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Met dank aan de Grenspalen website.
Zie MUD palen in Zeeland.

Heemkundige Vereniging Terneuzen: MUD palen in de gemeente Terneuzen.

Dossier 'Herinneringen aan de Koude Oorlog'
4. Uitkijken naaar mijnen

'Dit boek is geschreven vanuit de fascinatie voor onbeduidende onnozelheid'. Zo begint het boek 'Het verhaal van een paal' van Sakkers en Den Hollander. En inderdaad, het lijkt een onnozelheid, maar de auteurs zijn gelukkig wel in staat gebleken de zoveelste onnozelheid uit de tijd van de koude Oorlog aan de vergetelheid te ontrukken. Waar gaat het om? Na de Tweede Wereldoorlog gaf de Koude Oorlog ook aanleiding om zorgelijk te doen over de Nederlandse kustbescherming. Zo was de marine er zeer voor beducht dat de vijand in geval van oorlog zeemijnen zou leggen of met vliegtuigen zou afwerpen voor de kust. De vrije doorvaart naar de Nederlandse havens zou daarmee in gevaar komen. De vijand zou uit het oosten komen, de ondersteuning uit het westen.

De marine achtte het daarom van het grootste belang dat een equivalent van de hiervoor besproken vliegtuigwaarnemers gecreëerd zou worden. En, opnieuw naar Engels voorbeeld, ontstond zo de Mijnenuitkijkdienst, kortweg de MUD. De bedoeling was dat de toegangen tot Antwerpen, Rotterdam, Amsterdam en Den Helder door de MUD bewaakt zouden worden. Antwerpen en dus de Westerschelde kreeg hierbij de eerste prioriteit. Dit is niet verwonderlijk, want we spreken over het eind van de jaren veertig, begin jaren vijftig. De Antwerpse haven is minder gehavend uit de oorlog gekomen dan de Rotterdamse. Antwerpen zal dus bij een eventuele oorlog de belangrijkste haven zijn van het westen.

Het plan was om niet alleen uitkijkposten langs de wal te plaatsen, maar ook om varende uitkijkposten te maken daar waar de afstand tussen de oevers te groot was. De uitkijkpost op de wal bestond uit een betonnen paal van 15 bij 15 cm en een hoogte van 2,20 meter. Bovenop de paal was een plateau gemonteerd met een diameter van 30 cm. Hierop bevond zich het waarnemingsmateriaal: de pelorus. De pelorus was een eenvoudig waarnemingsapparaat om de positie van een object te bepalen. Langs de wal stonden de uitkijkposten op een afstand van 800 tot 1500 meter van elkaar. Er zijn totaal 93 waluitkijkposten langs de Westerschelde geplaatst.

Ook hier gold, net zoals bij de luchtwachttorens, dat de post door twee personen bemenst moest worden. Eén deed de waarnemingen, de andere belde de gegevens door naar een centrale post. Men had geschat dat er totaal 1100 mensen nodig zouden zijn. Maar ook hier traden weer problemen op: slechts 4% van het benodigde aantal vrijwilligers meldde zich aan. Het probleem werd uiteindelijk opgelost door dienstplichtigen bij de marine in te zetten. Ook bij de Nieuwe Waterweg, het Noordzeekanaal en de kust bij Den Helder kwamen uitkijkposten.

Maar ook de Mijnenuitkijkdienst zou door de techniek ingehaald worden. De verbetering van de radar maakte de MUD in het begin van de jaren zestig overbodig. En wat is er nog van over? Het enige dat we er over kunnen zeggen, ontlenen we aan het boekje van Sakkers en Den Hollander. Een beperkt aantal palen is nog langs de Westerschelde te vinden. Van de oorspronkelijke 93 bleken er in 2003 nog twaalf over te zijn. Ze staan in Breskens, Dishoek, Griete, Kruingen, Terneuzen, Valkenisse, Vlissingen (3x), Zoutelande.

MUD-paal Griete MUD-paal ternuezen MUD-paal Zoutelande 

De MUD-palen van Griete (no 80), Terneuzen (no 76) en Zoutelande (no 9). Foto's © Grenspalen.

5. De IJssellinie