Voortschrijdende Inzichten

Verrassende onderwerpen | Nieuwe invalshoeken

Dossier 'Herinneringen aan de Koude Oorlog'
2. Atoomgevaar? Dan zeker BB!

'Atoomgevaar? Dan zeker BB!': dat was de titel van een brochure uit 1957 van de Bescherming Bevolking. De Bescherming Bevolking, kortweg BB, was in 1953 opgericht en was een van oorsprong civiele verdedigingsorganisatie. De voornaamste taak van de BB was de rampenbestrijding. Voorlichting was een belangrijke taak van de BB. De organisatie was opgezet naar Engels voorbeeld waar in de Tweede Wereldoorlog civiele hulporganisaties zo'n belangrijke rol hadden gespeeld. De Nederlandse overheid meende dat de BB in Nederland ook een dergelijke rol zou kunnen spelen. Het uitgangspunt was dat de Nederlandse bevolking voorbereid moest zijn op een oorlog. Als er een oorlog zou komen, dan zou de vijand uit het oosten komen. Daar was de Nederlandse regering van overtuigd. Het was ten slotte de tijd van de Koude Oorlog, de oorlog in Korea, de atoomproeven door de Verenigde Staten en door Rusland. In het begin van de jaren vijftig was het officiële standpunt van de Nederlandse overheid dat een oorlog met conventionele middelen zou worden gevoerd. Dit vertaalde zich ook in de doelstelling van de BB.

Eerst halverwege de jaren vijftig verandert het standpunt van de Nederlandse overheid en wordt rekening gehouden met de inzet van atoomwapens. Daar moest Nederland, en dus de BB, nu op voorbereid zijn. Over de opkomst van de BB, de haar toebedachte rol en de problemen bij de bemensing heeft Bart van der Boom een uitstekend boek geschreven. Wij zullen daar verder niet uitgebreid op ingaan. Interessant is de gedachte - zoals de BB die ook na 1955 uitdroeg - dat een aanval met atoomwapens weliswaar grote schade zou aanbrengen, maar zeker niet zo gevaarlijk was als onheilsprofeten vermochten te beweren. Het was zelfs zo dat het eigenlijk vrij simpel was om als burger een aanval met atoomwapens te overleven.

De brochure 'Atoomgevaar? Dan zeker BB!' begint met een citaat van de minister van Binnenlandse Zaken, Beel, over het 'beperkte' aantal doelen dat in Nederland in geval van een oorlog met atoombommen bestookt zou kunnen worden. Beel noemt: militaire vliegvelden, de hoofdstad, het regeringscentrum en het belangrijkste havengebied. Deze doelen zullen worden aangevallen met 'klassieke' atoombommen, dat wil zeggen bommen gebaseerd op de splijting van uranium. En de waterstofbom dan? Beel, en daarmee de Nederlandse regering, meent dat daar de 'eerste jaren' geen rekening mee gehouden hoeft te worden. Een 'eventuele' tegenstander beschikt nog maar over een 'zeer beperkt aantal H-bommen', terwijl bovendien die weinige bommen 'gereserveerd moeten blijven voor die doelen welke op andere wijze niet kunnen worden uitgeschakeld'. Natuurlijk zijn deze opmerkingen niet bedoeld om de zaak te bagatelliseren. Zeker niet, ze beogen om aan te geven dat met de juiste voorzorgen en maatregelen een aanval met atoomwapens zonder veel problemen te overleven valt.

BrochureDe BB was al eerder, namelijk halverwege de jaren vijftig, met de brochure ' Leidraad voor de bescherming tegen atoomgevaar' gekomen. Het 35 pagina's tellende werkje beschrijft de gevolgen van de explosie van een atoombom aan de hand van de zogenaamde 'nominale bom' of 'standaardbom'. Dit is een aanduiding voor een bom met een kracht die vergelijkbaar is met de bom die op Hiroshima is geworpen. Hoewel toegegeven wordt dat er op dat moment al bommen zijn die 25x krachtiger zijn, wordt alles verder besproken aan de hand van de nominale bom. Het waarom hiervan zal de lezer tevergeefs in de brochure zoeken. Ook de waterstofbom komt niet aan de orde. De reden kan echter gevonden in de opinie die bij de Nederlandse regering heerste. Nederland was gewoonweg onbelangrijk. Bovendien waren (dure) atoombommen schaars. Men verwachtte daarom dat 'gewone' atoombommen eerder voor doelen in Engeland en Frankrijk ingezet zouden worden. En de waterstofbom? Men dacht dat die voor een grote stad als Londen gebruikt zou worden. Nederland zou dan hoogstens met fall out, de radioactieve neerslag, te maken krijgen. Het optimistische uitgangspunt kon daarom blijkbaar zijn: 'In een Europee stad met een goed werkend waarschuwingssysteem en met een burgerbevolking, die - na luchtalarm - zo snel mogelijk dekking zoekt in schuilplaatsen, die reeds in vredestijd zijn voorbereid, kan het aantal slachtoffers sterk worden beperkt.' Zie ook Afbeeldingen uit 'Leidraad voor de bescherming tegen atoomgevaar'.

Niet onbelangrijk is het feit dat B.B.-autoriteiten in maart 1953 aanwezig konden zijn bij een proefneming van een atoombom in de Nevadawoestijn. Deze proefneming, Operation Doorstep (in militair kader de Operation Upshot-Knothole), zal later één van de beruchte experimenten blijken te zijn waarbij militairen op een onverantwoorde manier aan straling zijn blootgesteld. De serie testen was bedoeld om na te gaan in hoeverre atoomwapens als tactisch wapens op het slagveld konden worden ingezet. Bij het experiment waarbij de Nederlandse waarnemers aanwezig waren, de test Annie - waren tevens 1000 militairen en 20 verslaggevers! - betrokken. Zij bevonden zich op 3200 meter van het explosiepunt waar ze zich zo lang mogelijk 'gedekt hadden'. Annie heeft een kracht van zo'n 16 kiloton TNT. Het blijkt dat tot bijna 3000 meter van het explosiepunt radioactieve neerslag valt. Dit terrein kan 'eerst vier uren na de explosie worden betreden'. Stralenverkenners moeten in deze situatie uitsluitsel geven in hoeverre en hoe lang gebieden steeds dichter bij het explosiepunt betreden kunnen worden. Opnieuw is de algemene toonzetting van de tekst dat met enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen zonder veel gevaar de gevolgen van de explosie van een atoombom hanteerbaar en beheersbaar zijn.

Maar wat kan de burger nu zelf doen? Ook daar krijgen we een antwoord op. Maatregelen zijn: evacuatie, snel dekking vinden en bestrijding van een mogelijke uitbreiding van de ramp. Interessant is het fenomeen evacuatie. Zo wordt gesproken van het 'vermoedelijke mikpunt'. Daar moet de woonruimte worden ontruimd, 'alleen werkers zijn daar in hun werktijd aanwezig'. Voor deze achtergeblevenen moeten dan wel goede schuilplaatsen aanwezig te zijn. Hoe men zich dit logistiek voorstelt en hoe men (de BB?) weet welke de vermoedelijke mikpunten zijn (en wanneer?) blijft onduidelijk. Dan is er nog het 'snel dekking vinden'. Bij een luchtaanval zal de BB 'de daarvoor in aanmerking komende steden waarschuwen voor luchtgevaar'. Hoe men zich dit voorstelt, zullen we later uitleggen. Hoort u het alarm, zoek dan een schuilkelder, is de boodschap. Wel goed opletten en nadenken! Is de explosie (van een nominale bom!) dichtbij dan hebben we een schuilplaats nodig met een dikte van 1,3 meter gewapend beton. Bevinden we ons echter op 400 meter of meer dan volstaat 60 cm beton. Buiten de gevarenzone volstaan 'eenvoudiger typen schuilplaatsen', zoals schuilplaatsen in kelders. Helaas wordt ons niet verteld op welke afstand wij ons buiten deze gevarenzone zouden bevinden.

Nu kan het ook nog gebeuren, zo stelt de brochure, dat we door een atoombomexplosie worden verrast. Nu is uitermate snel handelen vereist, want 'de hittestraling is in 0,6 sec voorbij en de helft van de initiële radio-activitet is in 1 sec uitgezonden'. Het advies luidt om een sprong te doen van 1 à 2 stappen achter of onder een dekking te doen. Ook kan 'een duik in een vijver, gracht of sloot' of zelfs zich op de grond laten vallen 'met de handen onder het lichaam' al genoeg zijn, zo staat er.

Totse BB-mensen

De BB kende een sterk saamhorigheidsgevoel. Men stond voor zijn zaak en was vaak ook trots tot de BB te behoren.
Op het spandoek staat: 'Beter een BB zonder oorlog dan een oorlog zonder BB.'

3. Uitkijken naar vliegtuigen