Wipneus en Pim naar de Flinten
B. G. van Wijckmade, 1980, 80 pagina's, illustraties Joop Walenkamp, alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
Het
is weer de jaarlijkse dag voor de ogencontrole in Kabouterland. Dokter Knippeling
kijkt dan de ogen van alle kabouters na. Er zijn een paar kabouters die
een bril moeten hebben. Ook zijn er wat kabouters die een stereke bril nodig
hebben. Helaas heeft de dokter niet genoeg glas meer voor al die brillen.
Dat glas zal gehaald moeten worden in het land van de Flinten bij de vriendelijke
maar strenge reuzen Briljant en Diamant. Dat is een mooi klusje voor Wipneus
en Pim. Ze kunnen dan ook meteen ridderordes voor de reuzen meenemen. Dat
hebben de rezuen wel verdiend, omdat ze alijd zo trouw het glas voor de
brillen van de kabouters leveren. Wipneus en Pim gaan met de fiets op pad.
Het is geen gemakkelijke tocht, want er valt af en toe wat sneeuw. Ook gaat
de weg omhoof, want ze moeten de bergen over om in het land van de Flinten
te kunnen komen. Ze ontmoeten op de weg in bergen het bergelfje Vivian.
Zij waarschuwt de kabouters dat ze echt niet verder kunnen; er ligt hoog
in de beregn te veel sneeuw. Maar hoe dan verder? Gelukkig krijgen Wipneus
en Pim hulp van de bergelfjes. Er is niet alleen een weg over de beregn
heen, maar ook eronder door. En zo komen ze in het land van de Flinten en
uiteindelijk ook bij de rezuen Briljant en Diamant. De reuzen willen graag
helpen. En natuurlijk krijgen de reuzen hun ridderorde. Wipneus en Pim keren
met het glas terug naar Kabouterland. En zo kan dokter Knippeling voor iedereen
die dat nodig heeft, nieuwe brillen maken.

Links Het tweetal rijdt over een wandelpad, dat vol bochten zit.
Rechts De kopjes worden nog eens volgeschonken.

Links De reuzen moeten zich een beetje bukken.
Rechts Pim knijpt even in de banden, of deze hard genoeg zijn.
