Wipneus en Pim vangen drie sneeuwspoken
B. G. van Wijckmade, 1979, 80 pagina's, illustraties Joop Walenkamp, alleen nog antiquarisch te krijgen.
Het
is hartje winter in Kabouterland. Wipneus en Pim lopen in de grote paleistuin
om de vogels eten te geven. Ze worden allebei bekogeld met een sneeuwbal,
maar er niemand te zien. Hoe kan dat nou? Het zijn de heksen Flie, Flaa
en Floe die zich in een boom hebben verstopt. 's Nachts sluipen de heksen
het paleis in en smeren de kleren van de koning en van Wipneus met ijszalf
in. Ook eten de heksen alle lekkere broodjes uit de bakkerij op. En zelfs
de sneeuwpoppen in de paleistuuin zijn niet veilig; ze worden allemaal door
de hesken vernield. Als de koning en Wipneus 's morgens hun kleren aantrekken,
krijgen ze het heel erg koud. De volgende nacht komen de heksen nog een
keer. Opnieuw vernielen ze alle sneeuwpoppen. Ze strooien ook ijspoeder
waardoor het paleis wordt ingesloten door omhoogstekende ijskegels. De koning
verzint samen met Wipneus en Pim een plan, want zo gaat het niet langer.
De volgende nacht komen de heksen terug om nog meer streken uit te halen.
Maar nu worden ze gevangen met behulp van de zonneparel die de kabouters
ooit van Rosalinda hebben gekregen. Ook de toverballetjes van tante Boterbloem
komen goed van pas om de heksen onschadelijk te maken. De heksen zijn dan
wel gevangen, maar wat er nu mee te doen? Gelukkig heeft dokter Knippeling
nog een hardloopdrankje. Wie daar van drinkt, moet een uur hardlopen. En
zo komen de kabouters van de heksen af.
Links ... het flauwe licht van de maan schijnt naar binnen ...
Rechts 's Middags worden de sneeuwpoppen opnieuw opgebouwd.

Links 'Niemand mag vannacht zijn kamer verlaten!'
Rechts ... zitten de sneeuwspoken keurig netjes naast elkaar op een stoel.
