Prins Wipneus en Pim vieren groot feest
A. B. van Wijckmade, 1971, 96 pagina's, illustraties Herman Ramaekers,
alleen nog antiquarisch
verkrijgbaar.
Speciaal jubileumnummer in een afwijkend (groter) formaat.
Het
is weer tijd voor het grote feest dat de kabouters in Sprookjesland elk
jaar houden. Maar wie weet er nog iets leuks voor het feest? De kleinste
kabouter, Pietske, komt met het idee om een ballonnenwedstrijd te houden.
Wie een ballon vindt, mag op het feest komen. En zo gebeurt het. De eerste
die een ballon vindt, is Baas Bosje. Maar helaas, ook de heksen Flie, Floe
en Flaa, die in Toverland wonen, vinden een ballon. De drie heksen gaan
's nachts naar het paleis van koning Goedhart om gemene streken uit te halen.
Ze doen RKS-water in de melk. Wie ervan drinkt, gaat eerst een uur Rennen,
dan een uur Kopjeduikelen en dan nog een uur Springen. Ook smeren ze de
kleren van de koning en van Wipneus en Pim in waardoor ze het heel koud
krijgen. En ze strooien ook nog eens groeipoeder op het grasveld, zodat
weer gemaaid moet worden. Ze eten ook alle lekkere suikerbroodjes op die
al klaar liggen voor het feest. Natuurlijk is iedereen in het paleis de
volgende dag in rep en roer. Maar Wipneus en Pim maken samen met de koning
een plannetje om te ontdekken wie al die gemene streken heeft uitgehaald.
De volgende nacht komen de heksen terug om nog meer streken uit te halen.
Maar nu worden ze gevangen met behulp van de zonneparel die de kabouters
ooit van Rosalinda hebben gekregen. Ook de toverballetjes van tante Boterbloem
komen goed van pas om de heksen onschadelijk te maken.
Als de heksen zijn verdreven kunnen de voorbereidingen voor het feest verder
gaan. En dan komen de gasten. Het zijn er heel veel en sommigen komen van
ver. Er is feest tot laat in de avond. De volgende dag zijn er cadeautjes
voor iedereen. Er is toneelspel en een kampvuur, vuurwerk en een heerlijke
taart. Tevreden vertrekt iedereen na dit geweldige feest weer naar huis.
Er zijn aan dit boekje een aantal merkwaardige details op te merken. Zo
is het geschreven door A.B. van Wijckmade. AB staat voor Alle Broeders,
als een soort eerbetoon aan alle schrijvers van de boekjes. Het boekje is
geschreven door broeder Gregorio. Een andere eigenaardigheid is dat in het
verhaal de kabouters Bruno, Sjeffie, Wichard, Hennie en Sjors voorkomen.
Dit blijken de schrijvers van de Wipneus en Pim boekjes te zijn.

Links De heksen Flie, Flaa en Floe zijn door het dolle heen.
Rechts De ongelukkige kabouters kunnen er niets aan doen. Ze kunnen het
springen niet laten, omdat ze RKS-water hebben gedronken.

Links De gasten voor het feest komen van heinde en ver, zoals de klokkenmaker
Klepel-Tinus en Baas Bosbes.
Rechts De gasten worden getracteerd op een enorme ijstaart.
