Wipneus, Pim en de gestolen kroon
B. G. van Wijckmade, 1969, 80 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, nieuw nog verkrijgbaar, ISBN 978.906094.5223.
De
kroon van koning Goedhart is gestolen. Wipneus en Pim gaan op onderzoek
uit; eerst naar de tovenaar Barondo. Die ziet in zijn toverbol dat de dief
Pimpelaar heet. Hij woont ergens aan het water, misschien aan de Sprookjeszee.
Gelukkig hebben Wipneus en Pim de vliegende paraplu bij zich. Zo kunnen
ze vanuit de lucht zoeken. Ze komen bij de Sprookjeszee bij het huisje van
vrouwtje Paling. Haar geit is pas gestolen. Ook vertelt zij dat niet ver
weg een leeg huisje staat. Zou Pimpelaar zich daar misschien hebben verstopt?
Wipneus en Pim gaan maar eens bij dat huisje kijken. En ja hoor, daar zien
ze Pimpelaar. 's Nachts sluipen ze het huis in. Ze vinden een kaart met
allemaal kruisjes. Dat zijn natuurlijk allemaal huisjes waar Pimpelaar spullen
heeft gestolen! Dan besluiten ze om Pimpelaar eens flink bang te maken.
Ze verkleden zich als spoken. Die arme Pimpelaar weet niet hoe hij het heeft
als hij midden in de nacht opeens spoken bij zijn bed ziet. Hij vlucht en
gaat er met een roeiboot vandoor, de Sprookjeszee op. Waar zou hij heen
gaan? Wipneus en Pimn kunnen het vanuit de vliegende paparplu allemaal prima
zien. Pimpelaar is op weg naar het eiland Atol. Maar Wipneus en Pim zijn
veel sneller met hun paraplu. Ze maken op het eiland een val voor Pimpelaar.
En als hij dan eindelijk met zijn roeiboot aankomt, nemen ze Pimpelaar gevangen.
Ze vinden op het eiland alle gestolen spullen terug, ook de geit van vrouwtje
Paling. En zo komt alles weer goed: vrouwtje Paling krijgt haar geit terug
en koning Goedhart zijn kroon. En Pimpelaar? Die is helemaal alleen achtergebleven
op het eiland.
Links Kijk, daar begint de bol te schitteren
Rechts 'Aangenaam, ik heet vrouwtje Paling.'

Links ... de dief beeft als een rietje.
Rechts Op weg naar huis.
