Wipneus, Pim en Tum-Tum
B. A. van Wijckmade, 1967, 80 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
Het
is winter in Kabouterland. Er valt een flink pak sneeuw. Iedereen krijgt
vrij om eens lekker buiten in de sneeuw te spelen. Wipneus en Pim zijn echter
onvvorzichtig en gaan de Hofvijver op. Helaas, het is te dun en ze zakken
door het ijs. Gelukkig worden ze gered, maar ze zijn nu wel erg ziek. Kabouter
Alfabet komt op bezoek en van hem krijgen ze toverballen, waarmee je dingen
kunt omtoveren. Zo wordt vies eten weer lekker eten. Wipneus en Pim zijn
weer snel beter. Ze proberen een toverbal uit op Blikkie, de hond van Spinazie.
Maar o wee, die verandert in een chocoladehond en ze weten niet hoe ze de
hond weer terug moeten toveren. Wipneus en Pim liggen in bed te piekeren
hoe ze dit nu weer moeten oplossen. Dan krijgen ze bezoek van Tum-Tum, de
grote tovenaar uit het land van Marsepein (maar het is wel een heel klein
mannetje!). Hij zal hun helpen als ze beloven eerst mee te gaan naar het
land van Marsepein. En zo gaan ze op stap met de Vliegende Koffiekan van
Tum-Tum. Het land van Marsepein is heel bijzonder. Zo groeien er suikerboompjes
die bladeren hebben die naar speculaas ruiken. En er zijn ook chocoladekippen
die chocolade-eieren leggen. In het land van Marsepein wonen de Dropvetertjes
(maar waar zijn die?) en de koning is Suikerhart en de koningin heeft Karnelia.
Maar die tovenaar Tum-Tum is helemaal niet zo aardig. Hij neemt Wipneus
en Pim gevangen.Ze worden opgesloten in een broodtrommel. Gelukkig hebben
Wipneus en Pim nog toverballen en zo toveren ze de broodtrommel om in een
brood en kunnen ze ontsnappen. Ze gaan op onderzoek uit en ontmoeten een
muisje dat een betoverd Dropvetertje blijkt te zijn. En ze ontdekken ook
dat de chocolade kippen betoverde bewoners van het paleis van koning Suikerhart
zijn. Dat is allemaal gedaan door die lelijke Tum-Tum. Wipneus en Pim vinden
in het kippenhok het toverspreukenboekje van Tum-Tum. Ze gaan verder op
onderzoek huis en komen in het bos uit bij een geheimziing huisje. Het huisje
hangt vol met klokken. Het huisje is van Klepel-Tinus, de klokkenmaker.
Wipneus en Pim gaan verder, nog steeds op zoek naar die lelijke Tum-Tum.
Met de hulp van een heleboel betoverde muisjes lukt het om Tum-Tum te vangen.
Het toverspreukenboekje komt goed van pas. Voor straf wordt Tum-Tum omgetoverd
in een weerhaan. De betoverde muisjes worden weer gewone Dropvetertjes.
Eindelijk kunnen Wipneus en Pim nu weer terug naar huis. De chocoladehond
wordt weer teruggetoverd in Blikkie. En zo is alles weer in orde.


Links Opeens staat daar Tum-Tum, de grote tovenaar uit het land van Marsepein.
Rechts Wipneus en Pim ontsnappen met hulp van een toverbal.

Links De klokkenmaker Klepel-Tinus hoort steeds maar spokengeluiden in
zijn huisje.
Rechts Wipneus en Pim hebben Tum-Tum gevangen genomen.
