Wipneus, Pim en het groot raadselboek
B. A. van Wijckmade, 1965, 78 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
Het
is zomer. Kabouter Klist is aan het werk in de tuin van het kasteel van
koning Goedhart. Wipneus geniet van de zon, maar Pim heeft een probleempje.
Hij was op de zolder van het kasteel. Daar staat een kist. Pim maakte de
kist open en er vollg een eng, zwart beest uit! Wipneus en Pim gaan samen
nog een keer kijken. En weer vliegt er een zwart beest uit dat ook nog eens
hun mutsen meeneemt! In de kist ligt het Groot-Raadselboek dat Pim kwijt
was. Maar er is iets niet in orde met het boek. Als Pim er overheen wrijft,
wordt hij helemaal zwart. En even later is hij zelfs helemaal verdwenen.
Kloddertje, de vogelgeleerde, wordt erbij gehaald. Hier zijn grootoorvleermuizen
geweest, zegt hij. Wipneus gaat daarna naar de geleerde kabouter Alfabet
voor raad. Alfabet heeft juist een een oude kaart van het land van de Mosemannetjes
met daarop de Petriberg gevonden. Daar wonen de grootoorvleermuizen. En
dan komt er ook nog een vreemde gast langs: Paknie uit Moosetraaien. Paknie
vertelt over de baas van de Petriberg, Grootoor. Die heeft Pim te pakken
gekregen en ontvoerd naar de Petriberg. Daar wordt Pim nu gevangen gehouden.
Wipneus leert van kabouter Alfabet een toverrijmpje, zodat hij niet in een
vleermuis veranderd kan worden. Samen met Paknie gaat Wipneus op weg. Ze
komen door een eng bos; het lijkt wel betoverd. Er staat ook een huisje;
daar woont Trooroog. Ze is een toverkol. Trooroog heeft een toverspiegel
waarmee ze op plaatsen ver weg kan kijken. Wipneus krijgt van Trooroog toverpoeder
dat hem zal helpen als hij Pim wil bevrijden. Dat zegt Trooroog. Maar Pakniet
vertrouwt het niet. Ze proberen het uit. Het toverpoeder verandert dingen
in steen! Dat zou dus ook met Wipneus gebeurd zijn! Ze komen in het bos
ook een mol tegen. De mol helpt hen om door onderaardse gangen bij de ingang
van de Petriberg te komen. Maar o wee! De ingang wordt bewaakt door het
monster Saurimos met de zeven koppen. Per ongeluk komt er wat toverpoeder
op Paknie terecht en die verandert daardoor in steen. Wat een ongeluk! Maar
dan: de dode vleermuis Paknie vernadert in de levende kabouter Pankie. En
dan vertelt Pankie zijn verhaal over zijn betovering. Nu proberen Wipneus
en Pankie langs het monster te komen, maar dat wordt wakker. Wipneus gooit
zijn laatste tovermiddel in één van de bekken van het monster en zegt ook
het toverrijmpje op. En kijk nu eens: de betovering is verbroken, het monster
is weg en in de plaats daarvan zijn er nu koningin Violetta, de zeven prinsessen
en de Mosemannetjes. Zij waren allemaal betoverd en veranderd in vleermuizen.
Gelukkig is dit nu allemaal voorbij. Ze gaan allemaal terug naar Sprookjesland.
En natuurlijk is iederen blij, als ze weer veilig thuis aankomen.


Links Kabouter Kloddertje bestudeert de voetsporen. Het zijn de sporen
van Grootoorvleermuizen!
Rechts Kom jij maar eens mee naar de spigelkamer, zegt Trooroog.
Links De tor eet gulzig het toverpoeder op en verandert daarna in steen.
Rechts Het monster Saurimos is wakker geworden. Hoe moet het nu verder?
