Wipneus, Pim en het Plaagmannetje
B. J. van Wijckmade, 1959, 78 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, nieuw nog verkrijgbaar, ISBN 978.906094.5124. Dit boekje is opgedragen aan Willy van Tilburg.
Het
is herfst. Schorretje, het Plaagmannetje, loopt in het bos. Schorretje heeft
een hekel aan alles en iedereen. Hij heeft een ezel, Mok, waarmee hij ook
al niet zo goed kan opschieten. Schorretje gaat maar eens belletje trekken
bij het kasteel van koning Goedhart. Daarna glipt hij het kasteel binnen
en haalt allemaal vervelende streken uit. Zo sluit hij Wipneus en Pim op.
Als Schorretje weer naar het bos is gegaan en Wipneus en Pim weer bevrijd
zijn, gaat Pim op zoek naar de boosdoener. Intussen heeft Schorretje in
het bos een elfje bang gemaakt en haar toverstaf afgepakt. Pim kan Schorretje
niet vinden, maar vindt wel de ezel en het wagentje van Schorretje. Pim
gaat hiermee naar het kasteel. In het wagentje zit een kistje dat niet open
te krijgen is. Daar moet kabouter Alfabet aan te pas komen. Dat komt goed
uit, want kabouter Alfabet wacht op een kist met boeken. Wipneus en Pim
gaan op weg naar Alfabet. Zij horen van Alfabet dat Schorretje, het Plaagmannetje,
eigenlijk het behekste Grapjesmannetje is. Het kistje blijkt een kistje
van de heks Krikkekrakra te zijn. Alfabet weet wel hoe zoiets is open te
krijgen. In het kistje zit een boekje: het Boek met Duizend Plagerijen.
Maar Wipneus en Pim leren van Alfabet ook hoe ze de betovering van het Plaagmannetje
kunnen opheffen. Het lukt Wipneus en Pim om het Plaagmannetje te vangen
en met de toverspreuk van Alfabet wordt het Plaagmannetje weer het grapjesmannetje.
En tot slot is er een groot feest met oliebollen, omdat alles zo goed is
afgelopen.


Links Het Plaagmannetje heeft in het paleis van koning Goedhart allemaal
lelijke streken uitgehaald.
Rechts Het Plaagmannetje heeft van een elfje de toverbal afgepakt.


Links Kabouter Alfabet is heel geleerd.
Rechts Het Plaagmannetje wordt met een toverspreuk omgetoverd in het Grapjesmannetje.
