Wipneus, Pim en de zeven prinsessen
B. J. van Wijckmade, 1958, 77 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
Op
een dag verschijnen er zeven prinsessen aan de poort van het kasteel van
koning Goedhart. Het zijn de zeven Bosprinsessen uit Woudland. Ze zijn door
koningin Lidenbloesem naar koning Goedhart gestuurd, omdat ze voortdurend
ruzie maken. Misschien kan de koning er iets aan doen. Maar Pim vertrouwt
het toch niet helemaal. Daarom houdt Pim 's nachts de wacht om te zien wat
de prinsessen van plan zijn. En ja hoor, midden in de nacht komen de prinsessen
bij elkaar en praten met een soort telefoontje met iemand die Fom Faai heet.
De prinsessen krijgen opdracht om alles van het kasteel precies op te schrijven.
De volgende nacht verdwijnt één van de prinsessen, Marianne,
stilletjes. Ze gaat naar een groot bos, maar Wipneus en Pim volgen haar.
En zo ontdekken Wipneus en Pim dat Fom Faai een roverhoofdman is die het
kasteel van koning Goedhart wil leegroven. En hij heeft de prinsessen gedwongen
om hem te helpen. Op de terugweg komen Wipneus en Pim Baas Bosbes tegen.
Zijn hele huisje is door de boeven leeggeroofd! Dan bedenken Wipneus en
Pim een plannetje om de spulletjes van Baas Bosbes terug te halen. Ze doen
met hulp van elefjes alsof ze de machtige reus Wippim zijn. Deze Wippim
brengt met briefjes waaruit blijkt dat Wippim alles weet en ziet, de rovers
steeds meer in de war. Het plan slaagt; de rovers worden bang en brengen
alle spullen van Baas Bosbes terug. De rovers willen ook nog spullen uit
het paleis stelen, maar ook daar steken Wipneus en Pim, als de machtige
Wippim, een stokje voor. De boeven worden gevangen genomen en opgesloten
in de kerker van het kasteel. De prinsessen zijn weer vrij om terug te gaan
naar Woudland. En aan het eind is er een groot feest.

Links Geduldig luisterde hij naar de rest van het verhaal.
Rechts ... daar kwam Prinses Marianne.

Links 'Help! Help! Ze vermoorden me!'
Rechts Intussen bleef Pim steeds maar om de boom heen hollen.
