Wipneus en Pim en de oude paraplu
B. J. van Wijckmade, 1957, 94 pagina's (versie 10.1), 80 pagina's (versie 10.2), illustraties Herman Ramaekers, nieuw nog verkrijgbaar, ISBN 978.906094.5100.
Koning
Goedhart heeft zorgen. Hij heeft al heel lang niets meer gehoord van zijn
broer, koning Witbaard. Witbaard is koning van Blijland dat op wel twaalf
dagen reizen van Kabouterland ligt. Wipneus bedenkt een plan om er achter
te komen wat er aan de hand is. Stuur een brief naar koning Witbaard, reis
achter de postbode aan en kijk wat er gebeurt. Natuurlijk zijn het Wipneus
en Pim die het allemaal mogen uitzoeken.
Onderweg in de herberg 'Onder het droge dak' komen ze Baas Paraplu tegen. Baas Paraplu is een vreemde man die heel veel en heel bijzonder paraplu's heeft. Wipneus en Pim krijgen van hem een paraplu waarmee je kunt vliegen. Wipneus en Pim ontdekken dat de brieven aan de grens van Kabouterland door de postbode in een brievenbus worden gedaan. Een andere postbode komt de brieven ophalen om ze verder te brengen. Maar voordat het zover is, zien ze dat de breif uit de brievenbus wordt gestolen door de heks met de zeven katten. Wipneus en Pim proberen de brief van de heks af te pakken, maar daarbij wordt Wipneus door de heks gevangen genomen. Het lukt Pim om met hulp van de paraplu de heks met de katten de luct in te trekken en in een groot meer te laten vallen. Wipneus en Pim gaan met de paraplu nu verder naar koning Witbaard. Vlak bij het paleis worden ze gevangen genomen door soldaten van koning Witbaard, die denken dat ze vijanden zijn. Maar alles komt goed en koning Witbaard gaat met Wipneus en Pim mee terug naar Kabouterland. Zo kan Witbaard eindelijk zijn broer Goedhart weer eens zien.
Versie 10.1 heeft 25 afbeeldingen.
Versie 10.2 heeft 19 afbeeldingen.

Links 'Deze paraplu is de beste die ik heb', zegt Baas paraplu tegen Wipneus
en Pim.
Rechts De heks rijdt in een karretje dat wordt getrokken door zeven katten.
De heks heeft een zweep waar ze af en toe mee knalt.

Links Wipneus en Pim zijn gevangen genomen door kapitien Poef en zijn mannen.
Rechts Koning Witbaard zegt tegen kabouter Rozestokje dat hij zolang koning
moet zijn.
