Wipneus, Pim en Bonkeltje
B. J. van Wijckmade, 1956, 88 pagina's (eerste drukken), 80 pagina's (latere drukken), illustraties Herman Ramaekers, alleen nog antiquarisch verkrijgbaar.
Wipneus
en Pim moeten rekensommen maken. Dat lukt niet zo best. Ze maken alle sommen
fout. Daarom moeten ze in de kelder van het paleis strafwerk maken. Daar
krijgen ze te maken met een geheimzinnige stok. Als het strafwerk af is,
gaan ze op zoek naar die vreemde stok. De stok hoort bij een raar mannetje
met de naam Bonkeltje. Hiij doet rare kunstjes en maakt vreemde grapjes.
Bonkeltje komt uit Eikenland van koning Riri. Bonkeltje vertelt dat hij
net als Tuut en Sjerreboom een feestkabouter is. Tuut en Sjjerboom zijn
ontvoerd door de gierige tante Fro. Tante Fro heeft kabouters nodig om haar
geld te tellen. Wipneus en Pim gaan Bonkeltje helpen om Tuut en Sjerreboom
te vinden en te bevrijden. De vriendjes ontdekken de geldfabriek van tante
Fro en ze komen de knecht van tante Fro, Stoppel, tegen. Na veel verwarring,
waarbij Wipneus en Pim zich verkleden met oude kleren van tante Fro, vinden
ze Tuut en Sjerreboom. Tante Fro blijkt eigenlijk een heks te zijn. Ze vlucht
op een bezemsteel. Ze gaan terug naar het kasteel van koning Goedhart waar
Bonkeltje, Tuut en Sjerreboom allerlei kunstjes doen, liedjes zingen en
ook nog een toneelstukje over tante Fro opvoeren.


Links Bonkeltje is een raar mannetje dat vreemde kunsten uithaalt.
Rechts Stoppel is de knecht van tante Fro. Hij is een grote, sterke man.


Links Tante Fro heeft een plakpistool. Heeft ze je beschoten dan kun je
er niet meer vandoor.
Rechts Tante Fro is een heks die kan vliegen op een bezemsteel.
