Wipneus en Pim op speurtocht
B. J. van Wijckmade, 1955, 72 pagina's, illustraties Herman Ramaekers, nieuw nog verkrijgbaar, ISBN 978.906094.5087.
Koning
Goedhart wordt 350 jaar. Alle kabouters gaan aan de slag om iets moois te
maken of te doen op de verjaardag van de koning. Wipneus en Pim maken een
zweefvliegtuig waarmee ze op het feest bloemenblaadjes over de feestende
kabouters willen uitstrooien. Maar dan wordt de koning ontvoerd door de
gemene reuzenkabouter Oekepoeke. Oekepoeke wil zelf koning van Kabouterland
worden. Wipneus en Pim gebruiken hun zweefvliegtuig om achter Oekepoeke
aan te gaan. Helaas, het wordt slecht weer en het vliegtuig stort neer.
Gelukkig hebben ze parachutes, zodat ze veilig landen. Intussen zit koning
Goedhart gevangen in het huis van Oekepoeke. Oekepoeke heeft de koning betoverd
met de vloeistof uit een blauw flesje. De koning is daardoor onzichtbaar
geworden! Alleen met een speciale blauwe bril is hij nog te zien.
Wipneus en Pim vinden het huis van Oekepoeke in het bos. Ze proberen Oekepoeke
weg te lokken door ruiten van het huis in te gooien. Dat lukt en Wipneus
en Pim doorzoeken het huis en vinden koning Goedhart. Maar o wee, Oekepoeke
komt al weer terug en Wipneus en Pim vluchten naar het dak. Daar weten ze
met behulp van de parachutes te ontsnappen. Ze gaan in het bos op zoek naar
hun vliegtuig, maar tot hun verbazing ontmoeten ze daar twee vreemde mannetjes.
Het zijn Musje en Meesje uit Vogeland; het zijn vogelkabouters die mooie
vliegmachines hebben. Ze gaan met Musje en Meesje naar het land van de vogelkabouters
om hulp te halen. Samen met de koning van vogelkabouters, Zwaluw, verzinnen
ze een plan om koning Goedhart te bevrijden. Maar ja, de koning was nog
steeds onzichtbaar. Gelukkig had Pim een plannetje bedacht. Met de blauwe
bril kon hij de koning zien en hij had ook nog een rood flesje gevonden.
En daarmee lukt het om de koning weer zichtbaar te maken. Oekepoeke ging
ervandoor en aan het eind vierden ze met zijn allen een groot feest.

Links Ja, dat waren ze aan het maken.
Rechts Met zijn lange benen danste hij houterig door de gang.

Links Samen keken ze naar de mooie glazen bol en wat zagen ze?
Rechts Oekepoeke schreeuwde en schold en zwaaide met zijn vuisten.
